Siblog 73: Onthulling antifonarium

Tot voor kort wist ik niet wat een antifonarium was. Dat blijkt een getijdenboek, oftewel een verzameling koorwerken die op verschillende tijdstippen van het jaar tijdens de mis gezongen worden. Kasteel de Haar blijkt er een te hebben, omdat de baron en barones het destijds een mooi pronkstuk vonden. Het is een Spaans getijdenboek en is waarschijnlijk aangekocht samen met andere Spaanse altaarstukken, die ook in het kasteel te vinden zijn.

Vandaag zijn Cornelia en ik met zo’n vijftig andere gasten uitgenodigd bij de officiële onthulling van het gerestaureerde antifonarium. Het boek (dat ongeveer een meter groot is en dertig kilo weegt) is gerestaureerd omdat het gescheurd was, er leer op de band ontbrak en het opnieuw moest worden gebonden. Het is koud en we zijn blij dat we in de Main Hall ontvangen worden met koffie, thee en een rijke keus aan petits fours. Al gauw ontspinnen zich allerlei gesprekken over het boek. Ik ontmoet meneer pastoor, een man die ook professioneel boekrestorator is maar niet heeft meegewerkt aan deze restauratie, mijn directe collega’s Louis en Frank en nog vele anderen. Ondertussen maak ik foto’s van het diverse gezelschap en de gebeurtenissen die zich ontvouwen.

Ontvangst van de gasten in de Main Hall
Isaac Alonso de Molina – onderzoeker en dirigent van het koor

We trekken de jassen weer aan en begeven ons naar de kapel. Wat is dit toch een mooi kerkje, met de heiligenbeelden en de marmeren platen met de voormalige heren van De Haar (en één kasteeldame, trouwens). Er ligt een mooi samengesteld programmaboekje voor ons klaar. Achterin de kapel staat op een standaard, onder een groot kleed, het getijdenboek te wachten op onthulling. Het is inderdaad een enorm geval. We vragen ons af hoe lang de restauratie heeft geduurd (ongeveer een jaar), waar het van gemaakt is (van perkament, het vel van zo’n honderd schapen) en waar het voor gebruikt werd. Isaac Alonso de Molino vertelt ons dat het getijdenboek uit Spanje komt, en dat het werd gebruikt om gedurende het kerkelijk jaar verschillende gebeurtenissen te bezingen. In het Latijn, met seniorenletters, want iedereen moet het van een afstand kunnen lezen. Later zal Isaac de Capella Academica Den Haag dirigeren, terwijl ze uit het getijdenboek zingen.

Dan leidt restaurator Marijn de Valk ons in in de geheimen van de restauratie van het getijdenboek. Als ik zo’n boek voor mijn neus zou krijgen, zou ik bevangen worden door een enorme angst om het nog verder te beschadigen dan het al is. Zo niet Marijn. Rustig en deskundig legt ze uit in welke fasen het boek aan kwaliteit wint: uit elkaar halen, scheuren repareren, opnieuw binden, verstevigen waar nodig. Het is een vrij technisch verhaal, maar mijn respect voor deze dame stijgt met de minuut. Even later slaat ze zonder schroom pagina’s in het boek om. Het boek is gebruikt geweest en moet opnieuw gebruikt worden. Dus wordt het opengeslagen en zingt het koor er stukken uit: antifonen. Het klinkt prachtig in de kapel en Isaac dirigeert op een kalm tempo. Ik kan me voorstellen dat dit rustgevend is geweest voor de monniken: de bezwering van menselijke angsten door religieuze vervoering.

Betrokkenen bij de restauratie. Katrien Timmers, conservator, is derde van links. Links van haar Joyce, die het boek zo dapper openhield tijdens het zingen van de antifonen.

Het boek wordt van zijn hoge positie naar het altaar verplaatst, wat nog een hele tour is. Ondertussen krijgen we een bubbelwijn aangereikt, waardoor het wachten aangenaam is. Blij dat ik niet bij Collectiebeheer werk. Ik zou teveel brokken maken. Zo niet deze geduldige en precieze mensen. Ze weten het boek keurig op zijn plek te krijgen, waarna alle betrokkenen erachter gaan staan en van hun blijdschap getuigen. Het getijdenboek zal een mooie plaats in kasteel De Haar krijgen. Moet ik nog wel even oefenen hoe je antifonarium correct uitspreekt.

Siblog 72: Exultate!

Poster Exultate! Ontwerp Marjolijn

Het is moeilijk te beslissen waar ik moet beginnen. Op vrijdagavond bereid ik me met onze koren Sforzato en 4bij4 voor op ons concert Exultate! dat we zaterdag in de Aloysiuskerk gaan geven. Er moeten door dirigenten Anna en Hester nog heel wat puntjes op heel wat i-tjes gezet worden. En het is een lang proces dat ’s ochtends begint met het ophalen van de programmaboekjes bij grafisch ontwerper Marjolijn en het glaswerk voor de borrel op zaterdagmiddag. Het boekje ziet er prachtig uit met een mooi gekleurd omslag en een binnenwerk in zwart-wit. Daar is door Marjolijn en Caroline hard aan gewerkt. In de middag komen de musici, die de klavecimbel stemmen, het orgel testen en de instrumenten laten wennen aan de temperatuur en vochtigheid van de kerk. En dan moet er geoefend worden. De kerk vult zich met Vivaldi’s en Mozart’s speelsheid terwijl ze getuigen van de glorie van God.

Die week en vooral die vrijdag en zaterdag komt er een stortvloed aan mailtjes en appjes langs die allemaal een antwoord behoeven, hoe minuscuul het probleem voor de Concertcommissie (Fransje, Marjan, Corien en ik) soms ook lijkt. Wie gaan de bloemen geven, wanneer kan onze voorzitter zijn gloedvolle toespraak gaan geven als we als koor eerst het priesterkoor op marcheren, welke buslijnen rijden naar de kerk? En dan is het opeens zaterdagochtend twaalf uur. Ik voel de adrenaline door de vaten jagen, maar het is een prettige spanning. We zingen in en dat klinkt allemaal hoopvol. De kleine foutjes en te late inzetten horen we zelf het beste, spreek ik mezelf en anderen moed in. De duurzaam geteelde bloemen heeft Fransje alvast klaargezet op ons podium. We oefenen nog even met orkest en dit is de fase, bedenk ik, waarin de muziek zich vast gaat zetten in mijn hersenpan en daarin nog lang zal nagalmen. Ik spreek met verschillende mensen, de fotografen, mijn collega’s, die de beelden van het concert zullen gaan vastleggen. Ik maak praatjes met Rik en Frans, het personeel van de kerk dat het ons qua catering aan niets zal laten ontbreken. Onze muzikaal leider Hester spreekt ons vooraf moed in. Geniet, zegt ze, maak muziek met plezier. Ze is altijd positief en dat is zo fijn. Muziek verdraagt geen spanning of te hoge eisen. We zijn en blijven amateurs en we kunnen alleen enorm ons best doen. Vooraf worden er ook zorgen geuit over de inzetten, de moeilijke stukken en of we niet meer met het orkest en de solisten hadden moeten oefenen. Die zorgen zijn de kruiszijde van de munt, de prettige spanning is de kop.

De kerk is compleet gevuld en een van mijn grote zorgen komt tot een einde: halen we genoeg recette om het concert kostenneutraal te maken? Iedereen kijkt blij en verwachtingsvol en alle ogen zijn op ons gericht als het gaat beginnen. En wat een concert wordt het! We geven alles, het is gloedvol, warm en blij. De dirigenten Hester en Anna dirigeren dat het een lieve lust is, Sforzato en 4bij4 mikken vurig op de harten van hun familie, vrienden en bekenden, de strijkers strijken, de blazers blazen, het orkest Florilegium Musicum geeft ons steun, Jaap Jan tingelt en dreunt op klavecimbel en orgel, en de solisten Catelijn en Gerben zingen uit volle borsten en snijden door de zielen van de aanwezigen. Er galmen emoties, plezier en tranen in de kerk, er is passie voor muziek. En naderhand is iedereen vol lof over de ‘eigen’ mensen maar ook over het concert als geheel. We hebben geklónken en klinken daarop met glazen vol witte en rode wijn. Ik spreek tientallen mensen, waaronder een van mijn studenten Nederlands van ESA. Zij is met haar partner helemaal naar Utrecht gekomen om naar ons en mij te luisteren. En de fotografen, mijn collega’s van Fotosoos Terwijde en Will, maken een prachtige beeldimpressie waarvan hier een selectie te vinden is.

Rest alleen nog het nagloeien, het genieten, de muziek van de oude meesters nog vol in de kop en een heerlijke rust om dit alles te verwerken. Pfffff.