Tot voor kort wist ik niet wat een antifonarium was. Dat blijkt een getijdenboek, oftewel een verzameling koorwerken die op verschillende tijdstippen van het jaar tijdens de mis gezongen worden. Kasteel de Haar blijkt er een te hebben, omdat de baron en barones het destijds een mooi pronkstuk vonden. Het is een Spaans getijdenboek en is waarschijnlijk aangekocht samen met andere Spaanse altaarstukken, die ook in het kasteel te vinden zijn.
Vandaag zijn Cornelia en ik met zo’n vijftig andere gasten uitgenodigd bij de officiële onthulling van het gerestaureerde antifonarium. Het boek (dat ongeveer een meter groot is en dertig kilo weegt) is gerestaureerd omdat het gescheurd was, er leer op de band ontbrak en het opnieuw moest worden gebonden. Het is koud en we zijn blij dat we in de Main Hall ontvangen worden met koffie, thee en een rijke keus aan petits fours. Al gauw ontspinnen zich allerlei gesprekken over het boek. Ik ontmoet meneer pastoor, een man die ook professioneel boekrestorator is maar niet heeft meegewerkt aan deze restauratie, mijn directe collega’s Louis en Frank en nog vele anderen. Ondertussen maak ik foto’s van het diverse gezelschap en de gebeurtenissen die zich ontvouwen.
We trekken de jassen weer aan en begeven ons naar de kapel. Wat is dit toch een mooi kerkje, met de heiligenbeelden en de marmeren platen met de voormalige heren van De Haar (en één kasteeldame, trouwens). Er ligt een mooi samengesteld programmaboekje voor ons klaar. Achterin de kapel staat op een standaard, onder een groot kleed, het getijdenboek te wachten op onthulling. Het is inderdaad een enorm geval. We vragen ons af hoe lang de restauratie heeft geduurd (ongeveer een jaar), waar het van gemaakt is (van perkament, het vel van zo’n honderd schapen) en waar het voor gebruikt werd. Isaac Alonso de Molino vertelt ons dat het getijdenboek uit Spanje komt, en dat het werd gebruikt om gedurende het kerkelijk jaar verschillende gebeurtenissen te bezingen. In het Latijn, met seniorenletters, want iedereen moet het van een afstand kunnen lezen. Later zal Isaac de Capella Academica Den Haag dirigeren, terwijl ze uit het getijdenboek zingen.



Dan leidt restaurator Marijn de Valk ons in in de geheimen van de restauratie van het getijdenboek. Als ik zo’n boek voor mijn neus zou krijgen, zou ik bevangen worden door een enorme angst om het nog verder te beschadigen dan het al is. Zo niet Marijn. Rustig en deskundig legt ze uit in welke fasen het boek aan kwaliteit wint: uit elkaar halen, scheuren repareren, opnieuw binden, verstevigen waar nodig. Het is een vrij technisch verhaal, maar mijn respect voor deze dame stijgt met de minuut. Even later slaat ze zonder schroom pagina’s in het boek om. Het boek is gebruikt geweest en moet opnieuw gebruikt worden. Dus wordt het opengeslagen en zingt het koor er stukken uit: antifonen. Het klinkt prachtig in de kapel en Isaac dirigeert op een kalm tempo. Ik kan me voorstellen dat dit rustgevend is geweest voor de monniken: de bezwering van menselijke angsten door religieuze vervoering.

Het boek wordt van zijn hoge positie naar het altaar verplaatst, wat nog een hele tour is. Ondertussen krijgen we een bubbelwijn aangereikt, waardoor het wachten aangenaam is. Blij dat ik niet bij Collectiebeheer werk. Ik zou teveel brokken maken. Zo niet deze geduldige en precieze mensen. Ze weten het boek keurig op zijn plek te krijgen, waarna alle betrokkenen erachter gaan staan en van hun blijdschap getuigen. Het getijdenboek zal een mooie plaats in kasteel De Haar krijgen. Moet ik nog wel even oefenen hoe je antifonarium correct uitspreekt.




















