Categorie archieven: Geen categorie

Siblog 73: Onthulling antifonarium

Tot voor kort wist ik niet wat een antifonarium was. Dat blijkt een getijdenboek, oftewel een verzameling koorwerken die op verschillende tijdstippen van het jaar tijdens de mis gezongen worden. Kasteel de Haar blijkt er een te hebben, omdat de baron en barones het destijds een mooi pronkstuk vonden. Het is een Spaans getijdenboek en is waarschijnlijk aangekocht samen met andere Spaanse altaarstukken, die ook in het kasteel te vinden zijn.

Vandaag zijn Cornelia en ik met zo’n vijftig andere gasten uitgenodigd bij de officiële onthulling van het gerestaureerde antifonarium. Het boek (dat ongeveer een meter groot is en dertig kilo weegt) is gerestaureerd omdat het gescheurd was, er leer op de band ontbrak en het opnieuw moest worden gebonden. Het is koud en we zijn blij dat we in de Main Hall ontvangen worden met koffie, thee en een rijke keus aan petits fours. Al gauw ontspinnen zich allerlei gesprekken over het boek. Ik ontmoet meneer pastoor, een man die ook professioneel boekrestorator is maar niet heeft meegewerkt aan deze restauratie, mijn directe collega’s Louis en Frank en nog vele anderen. Ondertussen maak ik foto’s van het diverse gezelschap en de gebeurtenissen die zich ontvouwen.

Ontvangst van de gasten in de Main Hall
Isaac Alonso de Molina – onderzoeker en dirigent van het koor

We trekken de jassen weer aan en begeven ons naar de kapel. Wat is dit toch een mooi kerkje, met de heiligenbeelden en de marmeren platen met de voormalige heren van De Haar (en één kasteeldame, trouwens). Er ligt een mooi samengesteld programmaboekje voor ons klaar. Achterin de kapel staat op een standaard, onder een groot kleed, het getijdenboek te wachten op onthulling. Het is inderdaad een enorm geval. We vragen ons af hoe lang de restauratie heeft geduurd (ongeveer een jaar), waar het van gemaakt is (van perkament, het vel van zo’n honderd schapen) en waar het voor gebruikt werd. Isaac Alonso de Molino vertelt ons dat het getijdenboek uit Spanje komt, en dat het werd gebruikt om gedurende het kerkelijk jaar verschillende gebeurtenissen te bezingen. In het Latijn, met seniorenletters, want iedereen moet het van een afstand kunnen lezen. Later zal Isaac de Capella Academica Den Haag dirigeren, terwijl ze uit het getijdenboek zingen.

Dan leidt restaurator Marijn de Valk ons in in de geheimen van de restauratie van het getijdenboek. Als ik zo’n boek voor mijn neus zou krijgen, zou ik bevangen worden door een enorme angst om het nog verder te beschadigen dan het al is. Zo niet Marijn. Rustig en deskundig legt ze uit in welke fasen het boek aan kwaliteit wint: uit elkaar halen, scheuren repareren, opnieuw binden, verstevigen waar nodig. Het is een vrij technisch verhaal, maar mijn respect voor deze dame stijgt met de minuut. Even later slaat ze zonder schroom pagina’s in het boek om. Het boek is gebruikt geweest en moet opnieuw gebruikt worden. Dus wordt het opengeslagen en zingt het koor er stukken uit: antifonen. Het klinkt prachtig in de kapel en Isaac dirigeert op een kalm tempo. Ik kan me voorstellen dat dit rustgevend is geweest voor de monniken: de bezwering van menselijke angsten door religieuze vervoering.

Betrokkenen bij de restauratie. Katrien Timmers, conservator, is derde van links. Links van haar Joyce, die het boek zo dapper openhield tijdens het zingen van de antifonen.

Het boek wordt van zijn hoge positie naar het altaar verplaatst, wat nog een hele tour is. Ondertussen krijgen we een bubbelwijn aangereikt, waardoor het wachten aangenaam is. Blij dat ik niet bij Collectiebeheer werk. Ik zou teveel brokken maken. Zo niet deze geduldige en precieze mensen. Ze weten het boek keurig op zijn plek te krijgen, waarna alle betrokkenen erachter gaan staan en van hun blijdschap getuigen. Het getijdenboek zal een mooie plaats in kasteel De Haar krijgen. Moet ik nog wel even oefenen hoe je antifonarium correct uitspreekt.

Siblog 72: Exultate!

Poster Exultate! Ontwerp Marjolijn

Het is moeilijk te beslissen waar ik moet beginnen. Op vrijdagavond bereid ik me met onze koren Sforzato en 4bij4 voor op ons concert Exultate! dat we zaterdag in de Aloysiuskerk gaan geven. Er moeten door dirigenten Anna en Hester nog heel wat puntjes op heel wat i-tjes gezet worden. En het is een lang proces dat ’s ochtends begint met het ophalen van de programmaboekjes bij grafisch ontwerper Marjolijn en het glaswerk voor de borrel op zaterdagmiddag. Het boekje ziet er prachtig uit met een mooi gekleurd omslag en een binnenwerk in zwart-wit. Daar is door Marjolijn en Caroline hard aan gewerkt. In de middag komen de musici, die de klavecimbel stemmen, het orgel testen en de instrumenten laten wennen aan de temperatuur en vochtigheid van de kerk. En dan moet er geoefend worden. De kerk vult zich met Vivaldi’s en Mozart’s speelsheid terwijl ze getuigen van de glorie van God.

Die week en vooral die vrijdag en zaterdag komt er een stortvloed aan mailtjes en appjes langs die allemaal een antwoord behoeven, hoe minuscuul het probleem voor de Concertcommissie (Fransje, Marjan, Corien en ik) soms ook lijkt. Wie gaan de bloemen geven, wanneer kan onze voorzitter zijn gloedvolle toespraak gaan geven als we als koor eerst het priesterkoor op marcheren, welke buslijnen rijden naar de kerk? En dan is het opeens zaterdagochtend twaalf uur. Ik voel de adrenaline door de vaten jagen, maar het is een prettige spanning. We zingen in en dat klinkt allemaal hoopvol. De kleine foutjes en te late inzetten horen we zelf het beste, spreek ik mezelf en anderen moed in. De duurzaam geteelde bloemen heeft Fransje alvast klaargezet op ons podium. We oefenen nog even met orkest en dit is de fase, bedenk ik, waarin de muziek zich vast gaat zetten in mijn hersenpan en daarin nog lang zal nagalmen. Ik spreek met verschillende mensen, de fotografen, mijn collega’s, die de beelden van het concert zullen gaan vastleggen. Ik maak praatjes met Rik en Frans, het personeel van de kerk dat het ons qua catering aan niets zal laten ontbreken. Onze muzikaal leider Hester spreekt ons vooraf moed in. Geniet, zegt ze, maak muziek met plezier. Ze is altijd positief en dat is zo fijn. Muziek verdraagt geen spanning of te hoge eisen. We zijn en blijven amateurs en we kunnen alleen enorm ons best doen. Vooraf worden er ook zorgen geuit over de inzetten, de moeilijke stukken en of we niet meer met het orkest en de solisten hadden moeten oefenen. Die zorgen zijn de kruiszijde van de munt, de prettige spanning is de kop.

De kerk is compleet gevuld en een van mijn grote zorgen komt tot een einde: halen we genoeg recette om het concert kostenneutraal te maken? Iedereen kijkt blij en verwachtingsvol en alle ogen zijn op ons gericht als het gaat beginnen. En wat een concert wordt het! We geven alles, het is gloedvol, warm en blij. De dirigenten Hester en Anna dirigeren dat het een lieve lust is, Sforzato en 4bij4 mikken vurig op de harten van hun familie, vrienden en bekenden, de strijkers strijken, de blazers blazen, het orkest Florilegium Musicum geeft ons steun, Jaap Jan tingelt en dreunt op klavecimbel en orgel, en de solisten Catelijn en Gerben zingen uit volle borsten en snijden door de zielen van de aanwezigen. Er galmen emoties, plezier en tranen in de kerk, er is passie voor muziek. En naderhand is iedereen vol lof over de ‘eigen’ mensen maar ook over het concert als geheel. We hebben geklónken en klinken daarop met glazen vol witte en rode wijn. Ik spreek tientallen mensen, waaronder een van mijn studenten Nederlands van ESA. Zij is met haar partner helemaal naar Utrecht gekomen om naar ons en mij te luisteren. En de fotografen, mijn collega’s van Fotosoos Terwijde en Will, maken een prachtige beeldimpressie waarvan hier een selectie te vinden is.

Rest alleen nog het nagloeien, het genieten, de muziek van de oude meesters nog vol in de kop en een heerlijke rust om dit alles te verwerken. Pfffff.

Siblog 71: Begrafenis op de Veluwe

Vandaag ga ik naar de begrafenis van een vriendin die 71 is geworden en die ik al een tijd niet heb gesproken. Haar zus mailt me dat ze een hartstilstand heeft gehad. Zo snel kan het dus gaan, denk ik. Ik deed als jongeman administratief werk met haar op een afdeling met allemaal ingenieurs. Zij zwaaide daar de scepter en ik denk dat ik in die tijd misschien wel een beetje verliefd op haar was. Later hebben we het contact hernieuwd en dat is ook weer verloren gegaan. Ik besluit naar de begrafenis te gaan. Ik heb het daar niet zo op: droevige, zware ceremonies onder leiding van een uitvaartbegeleider die ervoor heeft doorgeleerd. Het is op de Veluwe en ik kan met de auto, net voor storm Benjamin uit. Wat trek ik aan? Ik heb een zwart kostuum dat nodig gestoomd moet worden, en ik heb nog zwarte trouwschoenen uit mijn eerste huwelijk die ik oppoets. Ik doe een blauw shirt aan voor de kleur en een vlinderdas met pinguïns erop. De dag ervoor heb ik al een mooie blauwe bloem gekocht, die ik vergeet mee te nemen.

Ik vertrek ruim op tijd. Ik heb zoveel tijd over dat ik meen nog een kopje koffie met een snackje te moeten nuttigen bij tankstation Palmpol. Dat is een misrekening, want al gauw beland ik in een file die eerst 6, dan 7 en uiteindelijk 18 minuten vertraging oplevert. Op een gegeven moment vraag ik me af of het erg is om te laat te komen op een begrafenis. Ik ga maar niet scheuren, want daar komen brokken van. ‘Man (69) overlijdt op weg naar begrafenis’ is een beetje een jammerlijke krantenkop. Ik rijd over zandpaden, klinkerwegen en door prachtige bossen. Daar hield deze vriendin ook van. Als ik net naast het kerkje sta, parkeert er nog een auto. Ook te laat, ook in de file, stellen we tevreden vast. We stommelen zo zachtjes mogelijk het prachtige kerkje in de bossen in.

Als mensen nog niet dood zijn, zeggen ze vaak dat ze zouden willen dat hun leven tijdens de begrafenis gevierd wordt. Men mag niet te verdrietig zijn. Dat lukt in de praktijk bijna nooit. Er wordt tijdens deze dienst niet gehuild, ikzelf huil ook niet, terwijl ik nogal een jammerbak ben. De vriendin heeft een vol leven gehad. Familiekiekjes, vooral Franse muziek, twee harpisten en de toespraken getuigen daarvan. Ik leer best veel nieuwe dingen over de vriendin: zo speelde ze zelf harp en ging graag met kinderen om, hoewel ze zelf geen kinderen wilde. Tijdens de plechtigheid zie ik iets licht gekleurds fladderen. Is dat een vleermuis? Het is verleidelijk om te denken dat het de vriendin is. Je hoort vaak verhalen van roodborstjes die begrafenissen bezoeken en nadrukkelijk aanwezig zijn en daardoor de indruk wekken dat ze de geest van de overledene belichamen. Ik houd het er maar op dat het inderdaad een vleermuis is. Later probeer ik nog de soort te bepalen, maar ik kom daar niet goed uit. Misschien was het toch een flits van haar? Na de teraardebestelling (mijn bloem wordt niet gemist) rijd ik terug naar huis. Ik durf geen foto’s te nemen, vandaar dat dit alleen maar tekst is. Weer thuisgekomen begeven de zolen van mijn zwarte trouwschoenen het. Net op tijd. Ik besluit dat er op mijn begrafenis flink gehuild mag worden.

Siblog 70: Zonnestraal

Het is lang geleden dat ik een blog schreef. Het is vakantie geweest en Cornelia en ik zijn naar het Noordoosten van de Verenigde Staten geweest. Maar ook waren er allerlei feesten en partijen zoals de verjaardag van Jan Willem en de Sforzatodag (beide op 6 september) en het 5-jarig bestaan van de Fotosoos. Allemaal druk gedoe waardoor schrijven er niet van komt.


Maar vandaag is het zondag en ik fiets naar de curiosamarkt op het terrein van Zonnestraal in Hilversum. Ik neem de route langs de Loosdrechtse plassen en zon en wind zijn me goed gezind. Ik realiseer me weer hoe fijn het is om buiten te zijn, mijn kuiten gebold en de zon in mijn haar, de blik om me heen gericht, mijn gedachten zwervend.
Zonnestraal is een bedrijfsverzamelgebouw voor zzp’ers, voorheen een sanatorium waar mensen konden herstellen van TBC of burnout. Het terrein rondom dit prachtige Rijksmonument staat vol met kramen die afgeladen zijn met spullen: half antieke metalen borden, sieraden, vaatwerk en nog veel meer.

Werkruimte Zonnestraal (wijnmakerij?)

Ik koop er niets want hier kom ik tot een belangrijke ontdekking. Ik houd niet van die nostalgische, artistiekerige prullaria. Ze worden verkocht door handelaartjes die de waarde beseffen en hopen dat de gek hun prijs zal betalen. Het zijn spullen die op een tafel of kastje een zwervend bestaan zullen gaan leiden en slechts af en toe getoond zullen worden als iemands oog erop valt: ‘gekocht op een rommelmarkt, mooi he?’. Ik ga veel liever naar een kringloopwinkel. Ook daar staat rommel maar daartussen staan dan pareltjes van schoonheid en functionaliteit. Na Zonnestraal fiets ik dus door naar de Kringloopcentrum de Markt in Zeist. Daar vind ik drie CD’s en een grappig instrumentje waarbij een vogeltje cocktailprikkers oppakt met zijn plastic snaveltje.

Cocktail bird

Dan fiets ik terug naar huis. Ik heb 55 kilometer afgelegd, niet gek voor een 69-jarige vind ik zelf. Onderweg kom ik natuurlijk de nodige racefietsers tegen in fel gekleurde aerodynamische pakken met monsterachtige brillen voor niets ziende ogen. Zij gaan harder en verder. Ik niet. Ik ben lekker sloom. Ik sta nu en dan eens stil, eet een ijsje in Bilthoven en eet in Café Egelshoek mijn brood op met een tonic erbij. Thuis luister ik naar de meegebrachte Chinese muziek, Aboriginal muziek en Radio Tarifa. Die laatste CD hebben we kennelijk al. Ik raak enigszins betoverd door deze muziek met een mix van Arabische, Flamenco en Roma elementen.

Siblog 69: drukke week zonder punten

Watertoren Lauwerhof

het is een drukke week dus tijd voor punten en hoofdletters heb ik niet, en op maandagmiddag begin de week ik met een vergadering van de concertcommissie en ’s avonds repeteer ik met sforzato twee stukken van vivaldi voor ons jubileumconcert op 15 november en toevallig gaat dat heel goed en op dinsdag geef ik dan nederlandse les aan een duitse student en dan snel op de fiets naar het stadskantoor voor een overleg over de basissubsidie voor amateurkunst om de koren in utrecht overeind te houden waarna ik die middag met de auto naar de berg en boschschool ga voor een humorles aan jonge kinderen dat is leuk want mijn dochter is daar onderwijsassistent, en diezelfde avond kom ik samen met buren voor het oprichten van een bewonersnetwerk in terwijde en natuurlijk kom ik daar weer eens vandaan met een nieuwe functie en veel huiswerk, waarna ik op woensdagochtend weer nederlandse les geef aan de duitse student wat erg leuk is omdat het een levende les in het centrum van utrecht is waarbij we de dom en enkele tuinen bekijken en ik de nederlandse verkeersregels uitleg aan de hand van live instructie en ’s middags neem ik foto’s van zaalgidsen bij kasteel de haar voor ons project het leven van de vrijwilliger, deze avond ben ik gelukkig vrij al moet er veel worden gecommuniceerd over ons jubileumconcert en oh ja ik moet ook nog wat interviews uitwerken helaas blijft dat liggen net als de herziening van een artikel over vragen stellen (gepensioneerd en gepassioneerd zijn is leuk maar soms best wel intens), en deze donderdag schrijf ik materiaal voor een gedicht bij het 40-jarig huwelijk van mijn broer en zijn vrouw en dan ga ik alvast boodschappen doen voor morgen want dan geven we een feestje bij ons thuis omdat cornelia’s zoon in nederland is, gelukkig weet ik alles het huis in te slepen en kan ik ’s avonds genieten van een afsluitend etentje met de fotosoos in restaurant barbacoa in houten en daarna kan ik lekker gaan slapen en op vrijdagochtend breng ik de auto naar de garage voor de apk en ondertussen schrijf ik twee brieven voor de overbuurvrouw voor de verzekering en voor het verlengen van haar verblijfsvergunning en daarna lunch ik met mijn zoon, waarna ik alvast drie pannen vegetarische chili voor twaalf gasten klaar maak die we die avond opeten gelukkig is het mooi weer en is iedereen blij en praten we veel over van alles al was de reparatie van de auto wel 650 euro waarna ik zaterdag met cornelia naar kasteel hoekelum rijd waar dus dat robijnen huwelijk is en waar mijn andere broer een gedicht voorleest dat hij, ik en een sbufje ChatGTP hebben gemaakt, waar ik tegen was omdat ik gedichten heel goed zelf kan bedenken maar toch is het mooi geworden en dan is het alweer zondagochtend 8 uur geworden en sta ik met Dries voor het Rembrandt filmtheater om foto’s te maken van de vroege stad en we maken mooie plaatjes zie daarvoor hieroder en dan is de week vol en kan het grote uitrusten beginnen punt pffff

Afvoer met algen
Slinger in een struik

Siblog 68: Carte Blanche – Zingen met bezieling

De hal van de Kohnstammschool, nog leeg.

Deze zondag geven we met Sforzato een concert in de Kohnstammschool in Utrecht-Oost. Bernadette, Nora en ik zijn er als jubileumcommissie al om half twaalf, want de hal van de school moet omgetoverd worden in een concertzaaltje. We wikken en wegen hoe we de stoelen plaatsen en komen tot bijgaande kleurige en efficiënte indeling. Ondertussen zetten we koffie en thee voor het koor, met kaakjes en heerlijke dropjes. Na een regenachtig begin breekt ook de zon langzaam door en aan het eind van de dag straalt ze ongehinderd over het schoolplein.

En dan druppelen de sopranen-, alten-, tenoren- en bassenkeeltjes binnen. Onze dirigent Catelijn, die invalt voor onze net moeder geworden Hester, is er al vroeg. Bijna iedereen is keurig op tijd, en we kunnen aan het inzingen beginnen. We plukken appels, zingen ieieieuw, maken de heupen en borstkas los en maken zo ruimte voor de luchtstromen die ons negentigkoppige publiek moeten gaan ontroeren. Cornelia helpt mee bij de kaartcontrole. Dat verloopt enigszins rommelig omdat nog niet alle gasten hun kaartjes (met op de achterkant het via een QR code bereikbare programma) hebben gekregen van de koorleden. Maar aan het eind komt alles goed. Zoals altijd. Want als het niet goed komt, is dat het eind nog niet. En dan kunnen we gaan zingen. Maar eerst maken we nog de bordesfoto:

Bordesfoto Sforzato (c) Cornelia/Jan Willem.

We hebben met zijn allen veel vrienden. Behalve mijn vrouw zijn ook mijn ex en de kinderen die ik met haar kreeg, er. En ook Hester komt met baby Hanna Lydia even luisteren. Als ze het schoollokaal binnengaat waar het koor zich heeft verzameld, gaat er een hoorbare golf van vertedering door de koorleden heen. We beginnen te zingen op het bordes en onze voorzitter Diederik houdt een gloedvolle speech waarin hij het thema nog eens uitlegt en iedereen van harte welkom heet. Tijdens het concert spatten de vonken ervan af en zijn we heel behoorlijk in staat de emotionele boodschap in de liederen over te brengen. Catelijn heeft ons daar goed op geïnstrueerd, door te vragen welke emotiewoorden nu van toepassing zijn op de verschillende liederen. Voor All Creatures now is dat bijvoorbeeld dansend, glimlachend, koninklijk.

Als Jubileumcommissie mogen we blij zijn. Alles verloopt soepel, en een van de koorleden geeft me het mooiste compliment dat je als organisator maar kan krijgen en dat is dat ze nergens aan hoefde te denken en zich daarom volledig kon concentreren op het zingen. Faciliteren op z’n mooist … En terwijl de wereldleiders met elkaar kibbelen en vechten en zich niet bekommeren om onze uitgeputte aarde, scheppen wij een universum van schoonheid en ontroering. We gaan met Sforzato, zoals verklankt in het Estse lied Muusika, op zoek naar het oorspronkelijke lied, dat ruist in de bomen, brandt in de zonnehitte en zingt in de ziel van de mensen. En we raken het publiek. Met hun stilte en hun applaus geven ze ons terug dat het zo goed is. Zelf pleng ik ook menig traantje, en ik hoor het ook van andere keeltjes: Muusika, an Irish Blessing: de emoties resoneren in ons allemaal.

Dan vraag ik me af waarom ik de maandagochtend na ons concert al dit blog zit te tikken. Ik was gisteren aan het eind van de dag doodmoe, prikkelbaar en knackered, zoals dat in het Engels zo mooi heet. Vandaag word ik verkwikt wakker en gonst het concert nog in me na, zoals de liederen de dagen ervoor hun vibraties vooruit stuurden. Memorabel, de moeite waard om te delen. Bedankt, Sforzato.

Siblog 67: Leren over afval

Plandelaars met de opbrengst van woensdag

Ik heb al een tijd niet meer geblogd. Jos plaatst zelfs een noodkreet: waar blijft aflvering 67? Hier is-ie, Jos! Het is de Eerste Utrechtse plandelweek en onze Terwijde groep gaat woensdag met zes mensen op pad om het Waterwinpark van zwerfvuil te ontdoen. We verzamelen voor het Buurtcentrum Terwijde. Anton de Plandelman, initiatiefnemer van deze plandelweek, komt ons aanmoedigen en deelt mooie plandelhandschoenen uit. Als we klaar staan om te gaan, komt een groepje jongeren langsgelopen. Een van ons vraagt of ze mee willen doen, waarop een van de jongens demonstratief op de grond spuugt. Niet iedereen is dus even enthousiast. Als we terugkeren, brengen sommigen een lachgascilinder mee, anderen scoren flesjes en blikjes met statiegeld (kassa!), en we rapen veel filters van sigaretten op, zo ongeveer de ergste plasticsoort, die uiteindelijk uiteenvalt in miljarden kleine plastic vlokjes en nooit meer vergaat. Mijn enthousiasme voor het plandelen staat in rechtstreeks verband met mijn toenemende afkeur van het verdienmodel dat nog steeds gangbaar is in dit land (en de wereld): gebaseerd op winstmaximalisatie, zoveel mogelijk consumptie, zonder rekening te houden met de gevolgen voor mens en omgeving. In de krant lees ik dat de BBB een oproep van Drentse huisartsen te stoppen met de lelieteelt in Wapserveen lekker naast zich neerlegt. Het toegenomen aantal gevallen van Parkinson bij ouderen en leukemie bij kinderen is voor hen geen reden om het verdienmodel van de leliekwekers ter discussie te stellen. Schandalig.

De volgende dag fiets ik alweer naar basisschool Op de groene alm in Leidsche Rijn. Samen met Ben, de Coach ga ik daar een les verzorgen over afval. Ik ben Bens assistent bij de kleutergroepen maar mag ook zelf stukjes van de les van hem verzorgen. Hier begint mijn onderwijshart hard te kloppen. Ben is een Utrechter met een gouden hart die aan de hand van demonstratiemateriaal aan kinderen duidelijk maakt hoe ze afval moeten scheiden en hen bewust maakt wat ze zelf kunnen doen. Een van de dingen die ik er leer is dat Utrechtse stadseenden een leeftijd van 2 jaar bereiken. Op het platteland (hoe heet het platteland in heuvelachtige gebieden eigenlijk?) is dat tussen de 25 en 30 jaar. Dat komt voornamelijk door het plattelandsdieet: gras, kikkers en waterplanten. Stadseenden eten brood en dat kan er niet meer uit. Zij worden lui, ziek en gaan dood. Dus de kleuters die we spreken, raden we af om nog eendjes te voeren. Lijkt schattig, maar is desastreus. Die arme kinderen zullen nog een hele strijd moeten voeren met hun opa’s en oma’s, die dit allemaal heel verantwoord gedrag vinden. Ben laat de kinderen aan de hand van demonstratiemateriaal zien hoe ze hun afval kunnen scheiden. Een van de kleuters kent het woord plasticsoep al. In een van de klassen zit een jongetje van naar schatting 6 jaar naast mij. Hij wipt met zijn voeten, zit op het puntje van zijn stoel met zijn vuist gebald. Als hoogopgeleid psycholoog denk ik direct aan ADHD. Gelukkig zie ik dat hij zijn vuist in zijn kruis heeft en prevaleert het gezond verstand. ‘Moet je plassen?’, vraag ik. Hij knikt heftig. ‘Ga maar even plassen.’ Dat doet hij.

Educatieve afvalbakken

Voor mij zijn Bens lessen ook leerzaam: pizzadozen mogen vanwege het vet niet bij het oud papier, potjes van pindakaas moeten apart van het deksel. En als we vis eten, eten we ook plastic: een creditcard per week. Het wordt mij steeds duidelijker dat we er een enorme rotzooi van hebben gemaakt. Dat kun je ons individueel aanrekenen, maar het is helaas ook een ernstige systeem- en waardenfout. Vrijheid blijheid gaat niet meer op. Ik begin medelijden te krijgen met de kleuters die wij zo’n wereld met PFAS en pesticiden nalaten. Ik radicaliseer. En terecht.

Diezelfde week ga ik met mijn zoon lunchen in Utrecht. Hij groeit ook in deze wereld op, die hij mooier probeert te maken met allerlei knutselwerkjes. En die geleid wordt door politici die denken dat we nog wel even door kunnen gaan met fossiele brandstoffen en uitputting van de aarde. Nee, vrolijker ben ik er niet op geworden. Onbegrijpelijk voor mijn zoon zie ik in verfspetters op een betonnen muur een abstracte foto die ik zelf mooi noem:

Vissen bij zonsondergang

Hij vindt het maar raar. En eigenlijk is het ook wel raar dat ik in iets rommeligs of smerigs iets moois zie. Het ongewone zien in het gewone, is mijn bijbehorende fotografische visie. Ik compenseer het misschien door zwerfvuil op te ruimen. Probeer ik iets positief te maken dat negatief is?

Siblog 66: Zwerfvuil thuisbrengen

Deze zaterdag is het niet zo zonnig als de vrijdag ervoor. Maar het is lekker weer om te plandelen (=wandelen en plastic oprapen). Sandy en ik zijn allebei plandelaars in onze wijk en we gebruiken deze dag om bewoners van De Boemerang, een groot huurappartement in de buurt, te activeren met ons mee te gaan om de buurt schoon te maken. Van tevoren maken we een mooie flyer, die we via de verhuurder en de brievenbussen virtueel en fysiek verspreiden. En we vragen Anton de Plandelman om ons te komen inspireren. Hij heeft het woord plandelen bedacht, en zegt toe! En wat zeker het vermelden waard is, is dat José van de gemeente Utrecht ons enorm goede hulp biedt door de verhuurder te benaderen, een designer te vragen de flyer te fatsoeneren en nog veel meer. Zij is er ook bij vandaag.

Flyer

Op het binnenplein van De Boemerang staat een tafel van de Schone Stad Coach van Utrecht, een mobiele koffiebar van Emiel en een tafeltje met een intekenlijst voor Terwijde Plandelt!, ons buurtinitiatief. We willen er nog graag wat mensen bij hebben. Maar het het allerbelangrijkste is dat er maar liefst eenentwintig mensen op onze uitnodiging afkomen. Matthijs (11), een trouwe medeplandelaar, heeft drie klasgenoten meegenomen die speciaal voor vandaag een spandoek hebben gemaakt met daarop de leuze dat er geen Planeet B is. Als je naar de landelijke en internationale politiek kijkt, beseffen die dat onvoldoende, maar wij als locals dus wel. En daarom doen wij wat we kunnen. Vandaag doen we dat lekker weer bij lekker weer.

Anton de Plandelman met ons plandelteam

We hoopten natuurlijk dat ook bewoners van De Boemerang zouden komen. En dat doen ze! Vier van hen komen hun grijpstok bij Schone Stad ophalen. Ik stel de verschillende groepen mensen voor, en Anton zet ons vol vuur aan om te gaan plandelen. Na een groepsfoto (zie boven, Anton heeft de selfie gemaakt) kunnen we dan eindelijk beginnen. Ik plandel samen met een klasgenootje van Matthijs. We maken een slootkant schoon en ze is erg fanatiek. We weten veel plastic uit de sloot te vissen en vinden een kleurplaat, een blauw bootje en een enorm piepschuim deksel. Vooral dat laatste is erg fijn om geborgen te hebben, want piepschuim is heel schadelijk voor mens, dier en plant.

Ondertussen praten we veel over waarom wij dit allebei doen, over zwerfvuil, maar ook wat lachgasbalonnen zijn en waarom je daar maar beter ver vandaan kunt blijven. Na afloop maken we nog een groepsfoto met onze vangst. Vele kilo’s zwerfvuil die de straten en velden ontsieren en het leven bedreigen, komen nu in ondergrondse containers terecht. Wij ruimen de boel nog even netjes op en gaan dan lekker lunchen bij Cornelia en mij thuis. Het is fijn om met gelijkgestemden te zijn en het gesprek is levendig en lang. Er is veel te delen, en we hebben er een aantal nieuwe plandelvrienden bij!

Een blauw bootje dat dobberde in de sloot

Siblog 65: Zachte vindkracht

Soms ontvallen gedachten, historische details, namen van personen of dingen me en op mijn leeftijd spendeer ik een zekere hoeveelheid tijd aan zoeken dan vroeger. Het helpt zeker dat ik alles zoveel mogelijk op een vaste plek leg. Maar bij het in de zak stoppen van de fietssleutel, de medewerkerspas van kasteel de Haar of het boodschappenbriefje gaat het nog weleens mis. En die dag, 1 september 2024 is het zover, want ik op de terugweg van het kasteel verlies ik mijn medewerkerspas. Dat is trouwens niet helemaal mijn schuld. De pas zit nogal los in de houder en pas als je je roosterbriefje voor de dienst van die dag ernaast schuift, zit hij stevig vast. Ik mail Herma met de vraag of ik een vervangende pas kan krijgen. Dat kan, zonder enig probleem. Want bij de Haar staat de vrijwilliger centraal. Maar misschien hebben ze wel tegen elkaar gezegd of gewoon gedacht: was dat niet die sinjeur die ooit zijn fietssleutel kwijt raakte? <Zie voor de miraculeuze vondst van die sleutel Siblog 3.> Herma suggereert nog dat ik met een plakbandje kan zorgen dat de pas erin blijft zitten. Maar dan kun je het roosterbriefje er ook niet meer in doen en dat is juist zo handig.

Dus die hele lange, grijze winter door beschouw ik de pas als verloren en gebruik gewoon de nieuwe. Ik denk er verder niet aan. Dit is iets dat ik met een gerust hart kan vergeten. Dan, zes maanden later, krijg ik een e-mail van een plandelaarster (plandelen = plastic oprapen tijdens het wandelen). Terwijl ze allerlei zwerfvuil van straat plukt, treft ze warempel mijn medewerkerspas aan. Mijn naam staat er met grote letters op en dus goochelt ze mij (ze vindt zelfs deze blogs), scoort mijn mailadres en deelt haar vondst mee. Ze woont in de buurt, dus vandaag komt ze de pas netjes brengen. Hij is toen natuurlijk meteen geblokkeerd, maar ik kan hem zondag voor mijn dienst trots aan de Front Office laten zien. Ik beschouw dit niet alleen maar als een mooi toeval of een gevalletje mazzel hebben. Het laat zien dat de wereld langs wondere wegen doorwerkt, dat eerlijkheid en goedheid bestaan. Iets wat ik pas kwijt was – ik was mijn pas kwijt – wordt door een zachte vindkracht terugbezorgd. Daar heeft zij maar zes maanden over gedaan. En het bijbehorende verhaal is daarmee ook bezorgd. Met dank aan Inge.

Siblog 64: Het fietsseizoen is geopend

Het is nog knap koud. Maar de lente hangt in de lucht, dus ik ga zaterdag en zondag lekker fietsen. Excuusdoelen: kringloopwinkels de Sirkel in Maarssen (twee keer) en De Schatkist in Nieuwegein. Ik koop er een maatbeker en een mok met de volgende tekst: Don’t read the next sentence. You did, didn’t you? Op de andere kant staat You little rebel! Ik houd van zulke teksten omdat ze logisch niet kunnen en toch kunnen. Ik merk dat ik niet zoveel meer koop, alleen nog heel speciale dingen. Voorheen kocht ik veel boeken over de Nederlandse taal, maar daar heb ik nu al een kleine twee meter van. Die markt is enigszins verzadigd hier in huis. Ik heb een schat aan uitleg en oefeningen van en met de Nederlandse taal, erg handig. Tegenwoordig ben ik meer uit op minifiguren. Ik heb het werk van Tatsuya Tanaka ontdekt. Hij maakt erg grappige foto’s van figuurtjes in onverwachte settings, waarbij hij alledaagse voorwerpen als alternatief gebruikt, bv. Luikse wafels als flatgebouwen en bloemkool als rook uit een raket. Tabletop fotografie, waarvan ik besluit eerst maar eens de diorama’s van Tanaka te gaan namaken en daarna mijn eigen creatieve geest aan de slag te zetten. Enkringloopwinkels zijn natuurlijk ook gewoon een verzameling historische objecten die nostalgie of spot oproepen (deden we dat vroeger zo?).

Restanten van een buurtcentrum (Maarssen)
Spreeuwen in een elektriciteitsmast

De lente hangt in de lucht. Ik merk het aan de vogels. Als ik zondag op mijn fiets stap, hoor ik een massieve maar schuchtere muur van getsjilp en gepiep. Allemaal gevleugelden die er zin in hebben. En ik hoor ook de koolmees en de valkparkieten onderweg. Op een elektriciteitsmast zie ik een wolk van spreeuwen zitten (zie foto). En ik fiets langs een verwaaid bergje donsveertjes: een roofvogel die een duif heeft geplukt en zo reserves opbouwt voor de nestbouw. Het duidelijkst zijn de koppeltjes Nijlganzen, zwanen en meerkoeten die bronstig rondhoppen. Of dit de lente in mijn hoofd is of in hun koppen, dat weet ik niet.

Langs de Nedereindse Plas gaat de zon in grootse schittering onder. Laatst zei iemand tegen mij: wat ben je toch een romanticus. Vermoedelijk is dit waar. Na lezing van De onzichtbare maat door Andreas Kinneging zie ik daar de beperkingen ook van in. De stelregel van de Romantiek is dat alles – mensen, dieren of voorwerpen – uniek is, dat er geen onderliggend patroon of soort aan ten grondslag ligt, en dat autonomie een groot goed is. Ik ervaar zeker uniciteit, net als de visser die in het water van de plas staat (zie foto). Maar ik zie ook dat er onderliggende patronen en soorten zijn, dat er een gemeenschappelijkheid is. En misschien zelfs dat non-dualiteit of niets (/alles) alles is wat er is, zie Luie Friet. Ik koester ook zeker mijn eigen autonomie, maar voel me steeds vaker ook onderdeel van het geheel. Zo vind ik het tegenwoordig extra heerlijk om buiten te zijn, koud of niet. Dat is sterker geworden dan voorheen. Ik zie dan helaas ook de wonden van de wereld, de vervuiling, de hebzucht, de puinhopen van de vooruitgang in dienst van de zogenaamde Verlichting. Dat raakt me, maar ik blijf positief. Er is nog veel schoons. Kwaliteit, zou Robert Pirsig (Zen en de kunst van het motoronderhoud) zeggen.

Visser in Nedereindse Plas