Siblog 71: Begrafenis op de Veluwe

Vandaag ga ik naar de begrafenis van een vriendin die 71 is geworden en die ik al een tijd niet heb gesproken. Haar zus mailt me dat ze een hartstilstand heeft gehad. Zo snel kan het dus gaan, denk ik. Ik deed als jongeman administratief werk met haar op een afdeling met allemaal ingenieurs. Zij zwaaide daar de scepter en ik denk dat ik in die tijd misschien wel een beetje verliefd op haar was. Later hebben we het contact hernieuwd en dat is ook weer verloren gegaan. Ik besluit naar de begrafenis te gaan. Ik heb het daar niet zo op: droevige, zware ceremonies onder leiding van een uitvaartbegeleider die ervoor heeft doorgeleerd. Het is op de Veluwe en ik kan met de auto, net voor storm Benjamin uit. Wat trek ik aan? Ik heb een zwart kostuum dat nodig gestoomd moet worden, en ik heb nog zwarte trouwschoenen uit mijn eerste huwelijk die ik oppoets. Ik doe een blauw shirt aan voor de kleur en een vlinderdas met pinguïns erop. De dag ervoor heb ik al een mooie blauwe bloem gekocht, die ik vergeet mee te nemen.

Ik vertrek ruim op tijd. Ik heb zoveel tijd over dat ik meen nog een kopje koffie met een snackje te moeten nuttigen bij tankstation Palmpol. Dat is een misrekening, want al gauw beland ik in een file die eerst 6, dan 7 en uiteindelijk 18 minuten vertraging oplevert. Op een gegeven moment vraag ik me af of het erg is om te laat te komen op een begrafenis. Ik ga maar niet scheuren, want daar komen brokken van. ‘Man (69) overlijdt op weg naar begrafenis’ is een beetje een jammerlijke krantenkop. Ik rijd over zandpaden, klinkerwegen en door prachtige bossen. Daar hield deze vriendin ook van. Als ik net naast het kerkje sta, parkeert er nog een auto. Ook te laat, ook in de file, stellen we tevreden vast. We stommelen zo zachtjes mogelijk het prachtige kerkje in de bossen in.

Als mensen nog niet dood zijn, zeggen ze vaak dat ze zouden willen dat hun leven tijdens de begrafenis gevierd wordt. Men mag niet te verdrietig zijn. Dat lukt in de praktijk bijna nooit. Er wordt tijdens deze dienst niet gehuild, ikzelf huil ook niet, terwijl ik nogal een jammerbak ben. De vriendin heeft een vol leven gehad. Familiekiekjes, vooral Franse muziek, twee harpisten en de toespraken getuigen daarvan. Ik leer best veel nieuwe dingen over de vriendin: zo speelde ze zelf harp en ging graag met kinderen om, hoewel ze zelf geen kinderen wilde. Tijdens de plechtigheid zie ik iets licht gekleurds fladderen. Is dat een vleermuis? Het is verleidelijk om te denken dat het de vriendin is. Je hoort vaak verhalen van roodborstjes die begrafenissen bezoeken en nadrukkelijk aanwezig zijn en daardoor de indruk wekken dat ze de geest van de overledene belichamen. Ik houd het er maar op dat het inderdaad een vleermuis is. Later probeer ik nog de soort te bepalen, maar ik kom daar niet goed uit. Misschien was het toch een flits van haar? Na de teraardebestelling (mijn bloem wordt niet gemist) rijd ik terug naar huis. Ik durf geen foto’s te nemen, vandaar dat dit alleen maar tekst is. Weer thuisgekomen begeven de zolen van mijn zwarte trouwschoenen het. Net op tijd. Ik besluit dat er op mijn begrafenis flink gehuild mag worden.