Alle berichten van sibedoosje

Siblog 64: Het fietsseizoen is geopend

Het is nog knap koud. Maar de lente hangt in de lucht, dus ik ga zaterdag en zondag lekker fietsen. Excuusdoelen: kringloopwinkels de Sirkel in Maarssen (twee keer) en De Schatkist in Nieuwegein. Ik koop er een maatbeker en een mok met de volgende tekst: Don’t read the next sentence. You did, didn’t you? Op de andere kant staat You little rebel! Ik houd van zulke teksten omdat ze logisch niet kunnen en toch kunnen. Ik merk dat ik niet zoveel meer koop, alleen nog heel speciale dingen. Voorheen kocht ik veel boeken over de Nederlandse taal, maar daar heb ik nu al een kleine twee meter van. Die markt is enigszins verzadigd hier in huis. Ik heb een schat aan uitleg en oefeningen van en met de Nederlandse taal, erg handig. Tegenwoordig ben ik meer uit op minifiguren. Ik heb het werk van Tatsuya Tanaka ontdekt. Hij maakt erg grappige foto’s van figuurtjes in onverwachte settings, waarbij hij alledaagse voorwerpen als alternatief gebruikt, bv. Luikse wafels als flatgebouwen en bloemkool als rook uit een raket. Tabletop fotografie, waarvan ik besluit eerst maar eens de diorama’s van Tanaka te gaan namaken en daarna mijn eigen creatieve geest aan de slag te zetten. Enkringloopwinkels zijn natuurlijk ook gewoon een verzameling historische objecten die nostalgie of spot oproepen (deden we dat vroeger zo?).

Restanten van een buurtcentrum (Maarssen)
Spreeuwen in een elektriciteitsmast

De lente hangt in de lucht. Ik merk het aan de vogels. Als ik zondag op mijn fiets stap, hoor ik een massieve maar schuchtere muur van getsjilp en gepiep. Allemaal gevleugelden die er zin in hebben. En ik hoor ook de koolmees en de valkparkieten onderweg. Op een elektriciteitsmast zie ik een wolk van spreeuwen zitten (zie foto). En ik fiets langs een verwaaid bergje donsveertjes: een roofvogel die een duif heeft geplukt en zo reserves opbouwt voor de nestbouw. Het duidelijkst zijn de koppeltjes Nijlganzen, zwanen en meerkoeten die bronstig rondhoppen. Of dit de lente in mijn hoofd is of in hun koppen, dat weet ik niet.

Langs de Nedereindse Plas gaat de zon in grootse schittering onder. Laatst zei iemand tegen mij: wat ben je toch een romanticus. Vermoedelijk is dit waar. Na lezing van De onzichtbare maat door Andreas Kinneging zie ik daar de beperkingen ook van in. De stelregel van de Romantiek is dat alles – mensen, dieren of voorwerpen – uniek is, dat er geen onderliggend patroon of soort aan ten grondslag ligt, en dat autonomie een groot goed is. Ik ervaar zeker uniciteit, net als de visser die in het water van de plas staat (zie foto). Maar ik zie ook dat er onderliggende patronen en soorten zijn, dat er een gemeenschappelijkheid is. En misschien zelfs dat non-dualiteit of niets (/alles) alles is wat er is, zie Luie Friet. Ik koester ook zeker mijn eigen autonomie, maar voel me steeds vaker ook onderdeel van het geheel. Zo vind ik het tegenwoordig extra heerlijk om buiten te zijn, koud of niet. Dat is sterker geworden dan voorheen. Ik zie dan helaas ook de wonden van de wereld, de vervuiling, de hebzucht, de puinhopen van de vooruitgang in dienst van de zogenaamde Verlichting. Dat raakt me, maar ik blijf positief. Er is nog veel schoons. Kwaliteit, zou Robert Pirsig (Zen en de kunst van het motoronderhoud) zeggen.

Visser in Nedereindse Plas

Siblog 63: Duizenddingendagen

Cornelia’s zoon Greg keert dinsdagochtend vroeg terug naar de VS, na zijn (Nederlandse) vriendin hier bezocht te hebben. Ik breng hen naar Schiphol, hebben ze nog even tijd om samen door te brengen. En dan is er de begrafenis van Fenny, mijn oud-schoonmoeder, of hoe noem je dat? Omdat Fenny lid is van de gereformeerde kerk in Houten, wordt het in de vorm van een kerkdienst gedaan, maar wel met mooie bijdragen vanuit de familie. Ik ben trots op mijn dochter die als eerste een toespraak houdt over wat haar oma voor haar en de andere kleinkinderen betekend heeft. De tranen stromen over mijn wangen, om het verlies van Fenny, maar ook omdat ik mijn dochter zo verdrietig zie en er ook overheen stapt en daar dapper straat te praten. Het is een (gedenk)waardige dienst omdat er ruimte is voor het geven van betekenis en het uiten van emoties. Waar de dominee benadrukt dat Fenny nu bij God (en zijn engelen) is, zingt Ed Sheeran in Supermarket Flowers dat zijn moeder een engel was. Weer vloeien er tranen. De onderlinge band van de familie is sterk, dat merk ik aan alles. De door een van de zonen uit een paardenkastanje gemaakte kist wordt niet verbrand maar ouderwets begraven, naast een enorme struik in de vorm van een paddenstoel; een mooie plaats voor een graf. Het is bitter koud en ik ben met vele anderen blij met de broodjes en de soep in de kerk. Ik kijk binnen naar de kinderen die mijn ex en ik op de wereld hebben gezet en voel me gloeien van trots. Tijdens de lunch zie ik veel voldane mensen en zoals bijna altijd ontstaan er mooie gesprekken en is er weer volop ruimte voor de lach. Aan het eind van deze dolle dinsdag heb ik een bestuursvergadering van Sforzato, het koor waar ik lid van ben. Ik merk eens te meer dat we een hecht (bestuurs)team zijn, zonder blad voor de mond. Ik deel met hen de afscheidsboodschap bij Fenny’s begrafenis (vrij vertaald): heb lef, heb lief. Dat voelt precies goed.

Op woensdag word ik wakker met een lichte hoofdpijn. Gisteren was een intensieve dag, wil die hoofdpijn zeggen. Dat verdwijnt al snel als ik met Cornelia gin rummy speel. Dat doen we elke ochtend en avond en dan praten we ook even bij. Een soort van pow-wow. Ik doe boodschappen met mij nieuwe Livall fietshelm. Ik heb namelijk gelezen dat wij in Nederland een van onze belangrijkste organen, onze hersenen, maar slecht beschermen tegen valschade. Dus heb ik een super gimmick fietshelm gekocht, die totaal niet staat, maar waarmee je wel met lichtjes richting aan kunt geven, muziek kunt luisteren en veilig telefoongesprekken voeren. Als de helm hard valt, zendt hij een noodsignaal uit. Als dat niet genoeg is…. Een van de andere duizend dingen is dat ik de Aloysiuskerk bel om te vragen of we daar ons najaarsconcert mogen houden. En ik koop papieren zakdoekjes voor de volgende snotaanval in huis. Ondertussen staat Los Angeles in brand, is de grens tussen de VS en Mexico dicht en lopen aanvallers van de Amerikaanse democratie weer vrij rond. Ik blijf gewoon waakzaam en bezig in mijn eigen omgeving, om lef en lief te hebben. Volgende week weer plandelen, vanavond nasi goreng koken en morgen en overmorgen Nederlandse les geven. Ik ontdek deze dagen een nieuwe functie op mijn telefoon. Met mijn S-pen maak ik een tekening en daar maakt AI een geavanceerd plaatje van. Onnodig, maar leuk (zie het voorbeeld links). Een uiting van de spelende mens, leer ik van een video door een filosoof die over ontspanning spreekt. Dat is voor de komende paar dagen wel weer genoeg Goed.

Siblog 62: Twee De Haardagen

Het is zondagochtend, de eerste van twee De Haardagen. Ik vraag me af of je dat met twee hoofdletters schrijft. Ik ben al vroeg in het park om sneeuwfoto’s te maken, de eerste en wellicht enige sneeuwdag. Binnen de Fotosoos Terwijde gonst het van de berichten, want het is nu of nooit en inderdaad blijkt het verdwijnsneeuw. Maar ik scoor mijn sneeuwfoto, zie de foto hieronder. Nadat ik die maak sluit ik voor de gezelligheid aan bij de buzz van de ochtendploeg. Dit is een van de redenen dat ik me aansloot bij de zaalgidsen van De Haar: onderdeel zijn van een groep mensen die de neus dezelfde kant op hebben. Met Maud overleg ik over het fotoboek dat ik ga samenstellen over het leven van de vrijwilligers op De Haar.

Kasteel de Haar, besneeuwd

Maar dan heb ik nog best veel tijd over, en op aanraden van zaalgids Wilma ga ik naar restaurant Laverie aan het Stalplein. Zij beveelt me de garnalenkroketten aan en mijn hart springt op als ik zie dat ze hier ook madeleines maken. Die worden helaas niet op tijd gebakken, en de garnalenkroketten pas om half twaalf. Dus besluit ik achter een Platte Witte (flat white) gezeten te wachten tot die klaar zijn. En het is dus tijd voor een snackrecensie. De bediening is alvast prettig. Net nadat ik plaatsneem, concurreren twee jongedames om mijn bestelling. Het is namelijk niet druk. De jongedames zijn aardig en voorkomend dus dat zit alvast goed.

Ik proef de garnalenkroketten (best wel fors, jumbo formaat zou ik zeggen) volgens het smaakpalet uit Receptloos, een kookboek voor improviserend koks. Zuur, zoet, zout, bitter en umami. Umami is de moeilijkste. Het is een smaak die zoet en zout versterkt en op de tong zitten specifieke papillen die deze smaak proeven. Umami zit in tomaat, vlees, erwten, belegen kaas, zeewier en champignons. Ook in garnalenkroketjes? Ik heb nog een kwartiertje om alles op te eten met grote kaak- en lipbewegingen, zodat alle papillen goed hun werk kunnen doen. De garnalenkroketten zelf zijn vol (umami), zoet en zout (niet teveel, dus de kok heeft zijn basis goed op orde). Er zitten twee bruine boterhammen bij, gefrituurde peterselie (echt een vondst, want dat geeft een extra bittere bite) en limoenmayonaise. De mayonaise is heerlijk fris, maar als je er teveel op doet, verdwijnt de zoete en vissige smaak van de garnalen een beetje, dus wees daar zuinig mee. Maar nogmaals, weer een mooie vondst. En dan mis ik iets. De boter! Gelukkig is het nog steeds niet druk, en de serveerster maakt duidelijk dat als ik dan graag boter wil, ik het kan krijgen ook. Dat laat ik niet op me zitten, want het hoort er gewoon bij. Ik laat haar dit minzaam zien op het menu. De boter voegt eerlijk gezegd niets extra’s toe, behalve dat boter eigenlijk alles lekker maakt (het grote dirty secret van de Franse keuken, trouwens). Dus eigenlijk had ik zonder gekund. Voor de garnalenkroketten, inclusief de prettige bediening, kom ik op een 8-plus. Prettig volgebuikt vang ik mijn middagdienst aan.

Krokettenrecensent, Stalplein kasteel De Haar (foto: Britt)

En ja, dan ben ik er maandagochtend alweer, dit keer om met zijn twaalven de kerstversieringen af te bouwen. Dat is geen goed Nederlands, maar afbreken klinkt ook weer zo destructief. Ontmantelen en opbergen lijkt me beter. In alle vroegte staat er een grote leasebak voor het hek. Ik spreek de man erbinnen aan. Hij komt vandaag de rookmelders in het kasteel inspecteren. Omdat dat zo buitenissig is, klinkt het geloofwaardig. En hij lijkt niet te weten wat te doen om er op een andere manier in te komen. Ik laat deze gewetensvolle arbeider dus maar binnen. Als ik zelf onderweg ben naar het kasteel, rijdt er nog een auto langs. Hoewel deze automobilist zelf een pasje heeft, groei ik nog steeds in mijn rol van politieagent. Ik vraag hem wat hij komt doen. Twee auto’s op een dag door het park, dat is wel wat veel, denk ik pedant. Hij zegt dat hij het hoofd van de technische dienst is en hier al 24 jaar werkt. Ik kleur dieprood, maar door de kou en de duisternis valt het hopelijk niet teveel op. Ik steek mijn hand naar binnen en stel me voor. Hij zegt dat ik mijn werk serieus neem. Ja, iets te, denk ik. Ik laat hem weten dat de technicus er al is. En dan is het tijd om samen met Gerda de kerstboom in de winkel te ontmantelen. Daar zijn we al snel mee klaar en onder het genot van koffie en koek babbelen we allemaal nog naar hartenlust na. Wat een team!

Siblog 61: Mistig en machtig mooi Maastricht

Maasboulevard

Deze kerstvakantie besluiten Cornelia en ik last-minute twee nachten in Maastricht door te brengen. We slapen in de Green Elephant, een hostel met een spa. Nadat ik geboekt heb, schrik ik. Het heet een hostel en er blijken ook slaapzalen te zijn! Is het een opvang voor verslaafde daklozen? Nee, het is een hippie-dippie design hotel met veel vega keuzes en een sauna (zwembroek moet mee). Veel te duur voor de gemiddelde zwerver. Dat valt weer mee. De net niet bedorven voorpret is het allerleukst. Ik koop een boekje over de stad en die schijn je in drie wandelingen wel gezien te hebben. De mensen die ik vertel over onze reis zijn er allemaal weleens geweest, maar allemaal heel kort. Ik ook. Dat is al lang geleden en ik herinner me een taxichauffeur die zei dat de Maastrichtenaren erg op zichzelf zijn en dat je er niet tussen komt. Dat is blijven hangen in mijn hersenen en hun moeilijk te volgen taaltje maakt het natuurlijk niet makkelijker om met hen in contact te treden. Maar om daar nou met een rugzak vol vooroordelen heen te reizen … Dus we gaan gewoon, de treinreis duurt bijna twee uur, dus we kunnen lekker lezen en gin rummy spelen.

Centre Ceramique in de ochtend

Het hotel heet de Groene olifant en de planten hebben het er knap moeilijk. Veel hangen er slapjes bij en slechts de taaie soorten (sansevieria, klimop) krijgen een kans in deze kleine donkere jungle. De menselijke maat lijkt leidend en kamer 11 is dit weekend onze maat. Een laag bed, een stoel, een open kast met twee planken en ophanghaken aan de muur. Krapjes allemaal, maar we zullen hier toch niet veel zijn. De eerste nacht blijkt er bovendien boven ons een gezinnetje te bivakkeren dat wandeltochten maakt in de omgeving met hun twee drukke zoons van zo’n 8 en 10 jaar oud. De mannetjes klossen met hun wandelschoenen vrolijk over de vloer en hoewel we vroeg naar bed gaan, slaap ik als lichte slaper dus pas laat. Cornelia slaapt altijd en overal wel. Het is mistig in Maastricht en dat levert prachtige foto’s op.

Machtig mooie muur

We bezoeken zaterdag het Bonnefantenmuseum, dat veel religieuze, moderne en klassieke kunst bevat. Maar omdat we het Centre Céramique al hebben bezocht (schitterend gebouw met het Maastricht museum en de bibliotheek erin), worden we al snel moe van de overvloed aan zintuigelijke indrukken. Het Bonnefanten kent geen duidelijke structuur en de collectie ook niet – het is een kwestie van dwalen en hopen dat je alles hebt gehad. De directeur van het museum kan in de inleiding op de plattegrond niet veel anders doen dan zoveel mogelijk alles opsommen wat ze in huis hebben. Enthousiasme en een duidelijke visie ontbreken. Wij verzinnen zo’n visie: Faith and Passion, geloof en passie. Dat vat het heel aardig samen. Tijdens de wandeling terug komen we ook veel prachtigs tegen, onder andere de muur met graffiti hiernaast. Ook echte kunst wat mij betreft.

Zondagochtend wandelen we al vroeg door Maastricht en de stad ligt er mooi bij. De kerkklokken luiden, dat is zo’n beetje alle geluid. We vangen een glimpje van de St. Servaas op en branden kaarsjes voor onze overleden ouders. We lopen langs een Chaizaak, met allemaal smaakjes bubbelthee. Met grote letters staat er op het raam: Get social with us, met de logootjes van de diverse sociale media erachter (zie hierboven). Maar de sociale media zijn helemaal niet zo sociaal. Eerder geven ze een vertekend beeld van onze levens en zijn ze een platform voor gescheld en complottheorieën geworden. En maar liken, jongens. Als het mijn theezaak zou zijn, zou ik zeggen: kom gezellig binnen, hier werken echte mensen die je waarderen. Het fotografiemuseum aan het Vrijthof is erg intens, met een tentoonstelling van Joseph Rodriguez, die veel aan de zelfkant van grote steden heeft geleefd en dat met veel vertrouwen van de inwoners heeft vastgelegd. De meest schokkende foto, een vader die zijn jonge dochter uitlegt hoe een pistool werkt, neem ik hieronder op (hopelijk is dat OK, Joseph). De moeder kijkt vriendelijk lachend toe. Verschrikkelijk.

(c) Joseph L. Rodriquez

Natuurlijk bestellen we zondag ook een echte Maastreechse vlaai om mee te nemen naar huis, waarbij we de keuze hebben tussen abrikozenvlaai. Ik kies na veel wikken en wegen uiteindelijk toch maar voor de abrikozenvlaai. Maastricht: de moeite waard.

Siblog 60: Tochtige denkramen

Al een tijdje heb ik zin om over waarden te schrijven. Ik heb dat altijd interessant gevonden en heb er onlangs veel over gelezen. Eerst een waarschuwing: normaal houd ik dit Siblog kort, maar jullie moeten nu wat meer woorden tot je nemen. En dat is soms lastig voor de denkende mens die steeds meer Homo Videns wordt (zie verderop). Hoewel ik oorspronkelijk van plan was geen foto’s te plaatsen, heb ik toch een paar abstracte foto’s toegevoegd die ik gisteren tijdens de St. Maartenparade in Utrecht maakte (Utrecht, een stad waar D66 en groen Links de dienst uitmaken, een stad waar ik van hou, met een groot sociaal hart). Hopelijk halen jullie het tot het laatste woord (rijkdom) of het laatste plaatje, een foto met bewegende camera.

Ik wil het graag hebben over een eeuwenlange waardencrisis die te maken heeft met bepaalde dominante waardeoriëntaties. Waarden zijn wat mensen (jullie, hullie, jij en ik) belangrijk vinden. In het boek van Andreas Kinneging (aparte naam, fantastische schrijver, lees hier een recensie) wordt in ruim 600 pagina’s duidelijk gemaakt dat we de laatste 2500 jaar drie belangrijke waardeoriëntaties aan en in ons voorbij hebben zien trekken: de Europese traditie, de Verlichting en de Romantiek. De Europese traditie is de oudste en gaat terug op het Christendom en de Grieken. Deze waardeoriëntatie gaat ervan uit dat de menselijke begeerten in evenwicht moeten zijn met het verstand en de wil. Er zijn bepaalde dingen die je wel of niet hoort te doen omdat het bijdraagt aan een betere samenleving en betere mensen. Er is moreel besef, maar het is in deze traditie ook weer niet altijd gemakkelijk dat ook tot uitdrukking te brengen.

Dat is veranderd sinds het tijdperk van de Verlichting (pakweg de negentiende eeuw), waarbij Kinneging zich afvraagt waarom het in hemelsnaam Verlichting is genoemd. Dat heeft wellicht te maken met de opkomst van de moderne wetenschap die ons verlichting zou hebben gebracht. De belangrijkste stelregel van de Verlichting is de individuele vrijheid je begeerten te vervullen. Begeerten zijn volgens deze oriëntatie niet te temmen en moeten dus losgelaten worden. Het verstand (de wetenschap) staat in dienst van de optimale vervulling van die begeerten. Een tweede stelregel van de Verlichting, gelijkheid, legt wel beperkingen op aan de individuele vrijheid. Omdat iedereen individuele vrijheden heeft, is regel 2 dat je niemand mag schaden in het najagen van zijn eigen begeerten: het schadelijkheidsbeginsel. De Verlichting heeft geleid tot ongelimiteerde groei, winstmaximalisatie, het uitputten van aardse bronnen en het uitbuiten van onderklassen. Daar zijn talloze voorbeelden van en die geeft Kinneging ook. Een eigen voorbeeld: de nieuwe president van de Verenigde Staten van Amerika is de ultieme pendant van de Verlichting: een hyperkapitalist, een seksueel roofdier, een egoïst, een cola zero en hamburgers verslindende beelddenker. Zijn programma houdt meer groei in voor hemzelf, voor de VS, ten koste van de aarde. En zoals zoveel anderen: een morele idioot.

De tweede belangrijke stroming is de Romantiek die het unieke van het individu en de cultuur en natuur benadrukt. De stelregel is dat alles en iedereen uniek is en niet te herleiden tot algemene categorieën of soorten. Leidend in de Romantiek is het gevoel: als het goed of passend voelt, dan is het ook goed. Het verstand speelt een ondergeschikte rol. Er zijn allerlei verschillen en overeenkomsten tussen deze drie waardeoriëntaties, maar koop en lees daarvoor het boek van Kinneging (De onzichtbare maat) maar. Waarschuwing: het is een pil, en er is geen TikTokfilmpje van. Kinnegings oplossing lijkt een terugkeer naar de Europese traditie, en daarom wordt hij gelabeld als conservatief. Ik begrijp hem wel, maar ik denk dat we een andere oplossing nodig hebben.

En passant noemt Kinneging ook nog het boekje getiteld Homo videns (de kijkende mens), geschreven door Giovanni Satori. Dat gaat over de gevolgen van de beeldcultuur voor ons denken. Ik heb het ook gelezen. Verontrustend, want door het beperkte gebruik van taal in de beeldcultuur (televisie, internet) wordt ons redenerend vermogen en denken ernstig aangetast. Zo gaat uiteindelijk ook de democratie verloren. Helaas is dat iets wat we nu overal om ons heen zien: ontlezing, beeldbubbels, versimpeling, en schreeuwers met holle woorden aan de macht. [Aldus een lid van de linkse elite, want daar hoor ik zo onderhand bij.] Met de functies van niX, Tjoeptjoep (dit woord heb ik geleend van mijn collega-zaalgids Jène), Feestboek, KipzKop, en Netnix zijn mensen verslaafd gemaakt aan het (bewegende) beeld en hebben ze zich afgekeerd van het boek en andere langere teksten. Daarmee gaat dus ook het zorgvuldig argumenteren en kritisch denken verloren, betoogt Satori. En de kwaliteit van de democratie. Trump is de verpersoonlijking van deze beeldcultuur, waarbij het hem helemaal niet kan schelen wat hij zegt. Taal is voor hem een vorm van theater om indruk te maken. Maar het geldt ook voor de leiders die voortgebracht worden door politieke partijen: zonder beeld geen boodschap. Beelden worden bepalender. Zo is er een beeld van een migratiecrisis uitgeroepen die helemaal niet bestaat, waar een derde van het electoraat achteraan is gaan lopen. De minister die hierover gaat, snoeit alvast in haar begroting, zodat er geen geld meer is voor migranten en er zo een crisis gecreëerd wordt. De crisis wordt als beeld gelanceerd en waar gemaakt. Dit wordt vaak niet goed begrepen door mensen die KipzKop filmpjes zitten te bekijken. Ik zou ze niet dom willen noemen, eerder misleid en vervormd door hun honger naar beelden, die voor hen de waarheid zijn geworden en die ze alsmaar bevestigd zien in hun webbubbels. Dus alles is niet alleen maar de schuld van Wilders en Trump, maar zij maken er wel handig misbruik van.

Hoe verhoud ik me daartoe? Er is alle reden somber te zijn, want de voorbeelden van Kinneging over de dominantie van de individuele begeerte kan ik moeiteloos aanvullen. Ik zie zoveel consumentisme om me heen (kijk bijvoorbeeld eens naar dit KipzKop filmpje over een zogenaamde haul, waarbij je een berg waardeloze spullen krijgt van Shein, een Chinees fast fashion bedrijf). Of kijk naar de leugens in elke reclame: van ons product word je beter, koop het. Of kijk naar onze lieve aarde, die viezer en viezer wordt, en steeds onleefbaarder voor de mens. Of kijk simpelweg naar je eigen straat die vol met plastic ligt. De denkramen van de Verlichting en de Romantiek zijn tochtig geworden en het politieke en maatschappelijke klimaat is guur als deze november. Verstand en moreel besef zijn ver te zoeken. Toch ben ik optimistisch, omdat ik veel mensen ken die het hier niet mee eens zijn en op lokaal niveau actief zijn een betere leefomgeving te creëren. Dat probeer ik ook te doen: plandelen, buren helpen, galant en geduldig zijn in het sociale verkeer en eerder spullen lenen of tweedehands kopen dan ze nieuw aan te schaffen (het lukt niet altijd, maar ik probeer het). Het leven kan vriendelijk, eenvoudig, goedkoop en schoon zijn. Ik laat me niet meer zo snel ontevreden maken, en mijn onvrede dempen met spullen die ik toch niet nodig heb of die snel kapot gaan. Ik ben ook weer begonnen met boeken lezen. Ik had dat behoorlijk afgeleerd, omdat ik een tijd lang via sociale media veel korte snippers informatie tot me nam, in tekst en beeld. En uiteindelijk leidt dat alleen tot chaos in je hoofd, niet tot kennis of begrip. En dat laatste, daar kies ik momenteel voor. De wereld kan ik niet veranderen, met dictators aan de macht en nationale en individuele belangen als doel. Ik ga zelf wel wat doen. En ik hou nog steeds van onze met kleurrijke met graffiti bespoten olietanker Menselijke Aarde, die maar moeilijk te sturen is. Er zijn nog steeds veel wonderen, en veel mensen die het goede proberen te doen. Veel van die mensen kan ik tot mijn familie en vrienden rekenen. Dat is de echte rijkdom.

Siblog 59: Plantenmoord

Vroeger was ik een fan van Belcampo. Hij heeft veel korte verhalen geschreven. Een daarvan heet Bladzijde uit het dagboek van een arts. Het gaat over een man die zichzelf opeet, omdat het zo vreselijk lekker is. Hij komt bij de arts met het verzoek hem te helpen zijn laatste arm op te eten, want dat kan hij niet meer zelf. Het opeten van mensen gaat een morele grens over, zeker als het andere mensen zijn. Kannibalisme is een flink taboe, al moet het soms, zoals de overlevenden van een in de Andes neergestort vliegtuig, die dode medepassagiers opaten om te overleven. En als het moet dan mag het.

Het eten van dieren is lange tijd aanvaardbaar geweest. Dat verandert. Het aantal vegetariërs neemt toe, en wij doen daar ook aan mee. Wij zijn meer flexitariërs en proberen te minderen met vlees. Dat lukt heel aardig want vleesvervangers en paddenstoelen zijn ook lekker en voedzaam. Af en toe eten we nog weleens pasta di papa, met spinazie, boursin en hamblokjes. Ik heb wel vleesvervangers geprobeerd, maar men lust het hier niet.

Dode vogel bij de pont bij Wijk bij Duurstede
Longwood gardens

En dan dient zich een andere groep levende wezens aan. Op een zekere zondagochtend rep ik me naar Kasteel de Haar. Het is nog koud als ik op mijn racefiets stap. Ik neem een iets andere route dan normaal want ik heb tijd. Ik ruik vers gemaaid gras. Heerlijk, denk ik. Het voert me terug naar onze vakanties op de boerderij bij Bathmen. Hooien, de geur van oud en vers gras, koeien melken in de wei, varkens voeren en hutten bouwen in het kleine bosje vlakbij. Maar dan schiet het door me heen dat dit verse gras gedood is. En het herinnert me aan een onderwerp waar ik altijd graag over wilde schrijven. Plantenmoord. De spinazie in onze pasta di papa heeft op een veld staan floreren en genoten van zon, wind en water. Tot een machine kwam en de blaadjes van hun steeltjes rukte, ze invroor en ze verpakt aanleverde bij onze supermarkt. En wij eten dat om het leven gebrachte product lekker. Lekker. Om het leven brengen klinkt raar. We doen het ook met bermgras en snijbloemen. Maar gelden hier niet dezelfde morele bezwaren als bij het doden van dieren? We beëindigen levens van organismen om hen op te eten. Nu kan je zeggen dat planten een lagere soort zijn dan dieren. Dat is al een hele oude gedachte. Maar sinds ik lees over bomen (Het bomenboek van Koos van Zomeren) en vegetatieve filosofie (Plantaardig van Th. Oudemans) heb ik meer bewondering en liefde voor planten gekregen en lijkt het me inconsequent om morele principes alleen toe te passen op dieren. Planten hebben dan misschien geen ziel, maar het zijn slimme en gevoelige organismen in een netwerk van samenwerking met dieren en andere planten. Dus eigenlijk moeten we helemaal niets levends meer eten. Maar ja, als we alleen stenen en zand eten dan gaan we allemaal dood. En worden we voer voor schimmels, planten, en dieren. Misschien nog niet eens zo gek, dan doen we tenminste wat terug. Of misschien geldt hier wel weer dat als het moet, dat het dan mag.

Siblog 58: Gezongen nagedachtenis

Het is de dag van het concert van Sforzato. We zingen A Royal Remembrance, muziek ter nagedachtenis van koninginnen. Ik sta al vroeg op, nog even oefenen, want ik heb vanwege een zware verkoudheid de generale repetitie al moeten missen. Rond een concert steekt bij mij geregeld de concertziekte op: hoesten en een droge keel. Dat kan psychisch zijn. Maar we geven onze concerten ook gewoon vaak in de herfst of winter. Omdat ik in de organisatie van het concert zit, doen Cornelia en ik boodschappen voor de borrel na afloop. Een kar vol dranken en nootjes, de onmisbare dropjes en keelsnoepjes en bloemen en chocola voor de dirigent en organist, en voor de koster, die ons zo goed bij heeft gestaan bij alles in de Tuindorpkerk. Als alles afgeleverd is, zet ik de auto weg en loop terug naar de kerk. De eerste koorleden druppelen al binnen, en gelukkig valt het mee met de zieken: we zijn behoorlijk compleet. We zingen in en de kerk stroomt vol, meer dan vol. Nu is de penningmeester ook blij, denk ik.

Kamerkoor Sforzato voor het beroemde Ruprechtorgel © Will

En dan kan het zingen beginnen. Hester heeft ons ingefluisterd dat we gewoon lekker moeten zingen en dat doen we ook. De liederen klinken gloedvol en doorvoeld en we krijgen naderhand veel complimenten. Ik mijmer terug richting de voorbereidingen. We zijn al lang met deze lastige Engelse barokmuziek van onder andere Purcell en Händel bezig. Hester loodst ons er op vaardige wijze doorheen, zet puntjes op de i, bemoedigt ons, staat er voor ons. Zij is een muzikale kei. Ook het organiseren van zo’n concert is een flinke taak. Contacten met de kerk, informatie aanleveren voor het programmaboekje, alle inspanningen op elkaar aan laten sluiten … Maar het wordt mooi. Het is mooi.

En dan is het tijd voor de borrel. Cornelia weert zich dapper achter de bar. Zij krijgt ineens ruim honderd mensen voor haar neus en iedereen wil wat anders. Nu en dan spring ik bij: voorraden aanvullen, schoonmaken, glazen ophalen. Ik zie dat het publiek blij is en lekker napraat. Dat stemt blij. En dan mag ik eindelijk naar huis en dankbaar, moe en voldaan zijg ik neer op de bank. Af en toe een oogje toe. Want morgenmiddag roept kasteel De Haar alweer. Cornelia zegt dat ik niet te stoppen ben. En daar heeft ze wel gelijk in. Ik leef volop en gebruik dit lichaam en deze geest helemaal. Nieuwsgierig, alle zintuigen open, denkend en voelend, en levend. Ik lees nu een boek over Leonardo da Vinci en hij leefde ook naar deze (en andere) principes. Ik ben lang niet zo briljant maar gooi mezelf in wat ik doe. En ik geniet ervan. Maandag naar The Apprentice, een film over de jonge jaren van Donald Trump. Benieuwd naar.

Siblog 57: Broederschap

Slootje onderweg, met aangevreten blaadjes

Het is vandaag zaterdag en misschien wel een van de laatste mooie oktoberdagen. Ik stap dus op mijn ouwe Specialized fiets en kar naar De Schatkist in Nieuwegein. Ik schep er plezier in om kringloopwinkels af te struinen en te kijken of er iets leuks te koop is. Ik ben het afgelopen jaar wel kritischer geworden. Niet alleen omdat de tweedehands artikelen een eigen leven in ons huis zijn gaan leiden, maar ook omdat ik echt alleen waardevolle dingen in huis wil halen. In de stralende zon fiets ik richting deze stad, die bekend staat als een vinex(slaap)stad maar eigenlijk heel hard aan de weg timmert voor goede woningbouw en sociaal beleid. Mijn broer Jelle levert daar in de gemeenteraad van Nieuwegein namens Groen Links een belangrijke bijdrage aan. Als ik wacht op Groen (hierna ga ik naar Links de weilanden in), zie ik aan de overkant een ook wachtende oud-collega staan. Hij was ooit mijn leidinggevende en we maken altijd wel even een praatje als we elkaar zien. Nu roep ik hem aan als het stoplicht op groen springt en hij me tegemoet fietst. Ik wacht tot hij stopt maar dat doet hij niet. Hij roept me toe: het is groen hoor! Dus ik zeg dapper ‘Bedankt!’ en rijd door. Ik denk nog lang over deze uitwisseling na. Mijn eerste gedachte is dat hij niet met mij wil praten. En dat ik dus ernstig beledigd moet zijn omdat hij me genegeerd heeft. Maar dat is misschien toch iets te kort door de bocht. Het kan ook zijn dat hij me vriendelijk wees op het groene licht, zodat ik door kon rijden. Omdat hij dacht dat ik het niet wist of zag. Het kan ook zijn dat hij op dat moment ergens anders heen moest en geen tijd had voor een praatje. Of hij had allang een hekel aan me en zag nu een gelegenheid om me dat lekker te laten voelen. Geen van de interpretaties is noodzakelijkerwijs waar. Ik weet het gewoon niet. Ik streef er tegenwoordig naar het te zeggen als ik het niet weet. Omdat het gewoon zo is. En omdat ik om me heen al zoveel snelle oordelen zie, en weinig (zelf)onderzoek.

Ik fiets door de weilanden en zie een dikke buizerd op een geplastificeerde hooibaal zitten. Die zijn weer eens op doorreis. Mijn camera is te laat. Maar ik weet wel een foto van een hooibaal te maken, met bokeh (een sterretjeseffect bij een kleine lensopening). Ondertussen denk ik na over het morele gedrag van een buizerd. Voor hem is een muis geen levend wezen dat respect verdient, maar eten. Dus moet de muis eraan geloven. Voor ons mensen ligt het ingewikkelder. Wij worden geacht na te denken over het eten van vlees en zelfs groenten, zie mijn vorige Siblog. Hoe ethisch is dat? En waarom kan een vogel het zonder ethische afwegingen en wij niet? Ik moet ook hier vaststellen dat ik het gewoon niet weet. Ondertussen geraak ik binnen de gemeentegrenzen van Nieuwegein. Het duurt even voor ik De Schatkist heb gevonden, want het blijkt tussen alle merkenwinkels (We, Doppio, Starbucks) in het winkelcentrum te zijn geplaatst. Het is wel een keurig soort kringloopwinkel, met degelijke schappen en een fraaie uitstalling van kopjes, boeken, kleding en prullaria. Geen rotzooishop. Ik vind er een aantal bloempotjes voor mijn kruidentuintje binnen en ook een prachtige muziekstandaard (2,50!). Zwaar, degelijk, Duits en prima geschikt om mijn boeken voor Nederlandse les op te zetten. Ik had al wel zo’n standaard, maard ie was briek en fragiel. Dus die kan dan terug naar een andere kringloopwinkel.

Geplastificeerde hooibaal, zonder buizerd erop, met bokeh

Op de terugweg fiets ik langs de zwaar vervuilde maar toch prachtige Nedereindseplas. Het weer werkt nog steeds mee en dit voelt als vakantie. Op de gok neem ik een weggetje met aanduiding ‘doodlopend over 500 meter’. Maar het asfalt verandert in een stenig zandpad, dat kennelijk alleen toegankelijk is als je bij omwonenden moet zijn. Ik kom geen boerderijen tegen, wel een laag gebouwtje van een postduivenvereniging. Verder uitgestrekte weilanden met paarden tussen hoog gras en kierende kieviten. En de weg loopt door en ik heb een nieuwe route ontdekt. Hobbelig, maar landelijk. Ik om ook een voormalig café tegen, dat leeg staat. Hier wordt niet meer gedronken, alleen misschien nog achter de voordeur van het belendende woonhuis. Achter de voordeur is een mooie metafoor om te duiden wat er aan de hand is in Nederland. Voor de voordeur ziet alles er netjes en geordend uit en zijn we een goed georganiseerd, welvarend land met mooie, hardwerkende, gastvrije en eerlijke mensen. Achter de voordeur speelt zich van alles af dat we liever verborgen houden: drugs- en alcoholmisbruik, racisme, huiselijk geweld, sociale mediaterreur, eenzaamheid en vervuiling. Ik word er gevoeliger voor, en probeer (met name in onze buurt) te helpen die noden wat te lenigen. Onlangs vertelde ik een vriend dat ik een buurvrouw help omdat ze in een vechtscheiding zit. Hij vroeg enigszins sarcastisch of ik maatschappelijk werker was geworden. Ik antwoordde terug door te zeggen dat ik een postdoctorale opleiding tot Engel volg. Met de vrijheid zit het wel goed, maar het ontbreekt aan broeder(en zuster)schap in onze samenleving, daar ben ik van overtuigd. Minder kroegen en meer gemeenschappelijkheid gewenst.

Voormalige plattelandskroeg in het midden van nergens. De tijd staat er die middag stil.

Siblog 56: Bedreigde ruigte

In april en mei was ik al in het buitenland. Daarna is er een lange binnenlandse zomervakantie aangebroken in het leven van deze pensionado. Veel fietsen en veel fotograferen. Woensdag en donderdag beweeg in me in een gebied dat Haarrijn gaat heten en een woonwijk wordt. Het is een ruigte waar voorheen gewandeld en door honden gepoept kon worden. Nu staat er een groot bord bij dat het gebied afgesloten is omdat er teveel beschadigingen en vernielingen plaatsvonden. Dat kan zo zijn, maar ik heb er altijd fijn kunnen verpozen en kieken, en met mij veel anderen. En er blijkt een sluiproute over waardoor ik er nog steeds in kan. Achter een openstaande omheining zie ik twee bulldozers hopen zand en boomschors verplaatsen. Ik glip door het hek met mijn nieuwe 18-300 mm lens bij me. En daar loop ik dan door de ruigte van een kennelijk onbetekenend gebied waar jonge populieren pionieren. Zelfs op zand groeien ze. De wandelpaadjes worden steeds minder zichtbaar. Ik loop langs kattenstaart, wilde wortel, valeriaan en Japanse duizendknoop. Straks staat hier een veertiger met een bladblazer zijn tuin schoon te maken.

De bulldozers maken de weg vrij om een eind te maken aan de vrijheid van de planten en dieren in deze ruigte. Straks gaan ze het gebied in en diepen het uit, maken het plat, plempen het vol met wit zand en dan zetten ze het vol met huizen en appartementen. Mooi gelegen, aan wat de Tweede Haarrijnse plas heet. Daar kan dan straks gezwommen, gesurft en elektrisch gevaren worden. Ik voel verzet omdat dit wilde niet langer mag bestaan. Alles moet vertaald worden in rechte lijnen, potverdriedubbeltjes! Brave, gecultiveerde planten nemen dan de plaats in van wilde planten. Gezegd moet worden dat de wilde planten in deze bedreigde ruigte weliswaar wild zijn, maar misschien niet heel zeldzaam. De blauw gekleurde bloemen die ik opzocht in de Wereldflora blijkt geen orchidee, maar een gewone kattenstaart. En wilde wortel, koningskaars en teunisbloem zie je ook overal. Maar ik hoop stiekem dat er nu een werkgroep wordt opgericht die een zeldzame plant of dier in Haarrijn wil behouden. Het schijnt dat iemand hier eens een bever heeft gezien. Ideaal: veel knaagbaar groen, watertjes. Ik koester een romantische liefde voor deze ruigte, die zijn eigen gang kon gaan. Dat zal het wilde in mij zijn. Wat mij enige troost biedt, is dat de aankondiging van de ontginning van dit gebied op een gedateerd en enigszins aangetast bord staat:

De voorbereidende werkzaamheden stonden gepland in februari 2023, het bouwrijp maken in september 2023 en de start van de bouw midden 2024. Dat is het allemaal allang geweest en ze zijn nu in februari 2023 aangeland. Dus de jonge populiertjes mogen nog even doorgroeien tegen de stroom van de vooruitgang in. Maar ze zullen allemaal verpletterd worden. Misschien lukt het de Japanse duizendknoop nog enige zaailingen achter te laten. Deze exoot doet het in Nederland erg goed en is moeilijk te bestrijden, zelfs niet met een bladblazer. Daar kan de veertiger straks lekker zijn tanden op stukbijten. Op de terugweg is het hek dicht, maar ik vind nog een gaatje om het terrein te verlaten. Misschien was dit wel de laatste keer.

Siblog 55: Onze twintigste eeuw

Frans is een buurman waar ik veel samen mee optrek om te plandelen (=zwerfvuil thuisbrengen). Al een tijdje hebben we het plan om naar het Museum van de twintigste eeuw in Hoorn te gaan. Vandaag komt het ervan. We besluiten met Daisy (mijn rode Dacia) te gaan en Frans meldt zich om 10 uur bij ons thuis. Volgens Google Maps is het een uur rijden. In praktijk komen we pas tweeëneenhalf uur later aan via een reeks files, omleidingen en sluipweggetjes die doodlopen in woonwijken. Gelukkig is Frans net zo onverstoorbaar als ik en we babbelen er lustig op los. Het museum is een verzameling van voorwerpen uit de tijd van mijn ouders en grootouders. De twintigste eeuw is een raar begrip, want die is op 1 januari 1900 begonnen, en het duurt een eeuw voordat die twintigste eeuw echt verlopen is. Enfin, nu leven we in de eenentwintigste eeuw en die is ook nog niet vol. Dat moment ga ik ook niet meer meemaken. En ja, al die eeuwen begonnen dus met de geboorte van Jezus en voor die tijd wist dus niemand dat ze in de zoveelste eeuw voor Christus leefden. Ook al zo raar. Maar vandaag gaan Frans en ik dus terugkijken naar de eeuw waarvan wij bijna de helft hebben meegemaakt. Zoals gezegd duurt de reis terug in de tijd een eeuwigheid, en we hebben honger gekregen dus in Hoorn gebruiken we eerst een eenvoudige doch voedzame maaltijd (deze woorden zijn van Ollie B. Bommel, een strip van Maarten Toonder). Het museum loodst ons van de jaren twintig naar de jaren zeventig en het is een groot feest van herkenning voor ons zestigers (‘boomers‘, zou mijn zoon zeggen – overigens een generatie waar wij net niet bij horen, want hij eindigt bij geboortejaar 1955).

Sibe naast een Messerschmidt voor een heel lelijk jacht in de Hoornse haven (foto: Frans)
Schoollokaal met krijtjes en leien

Aan de hand van een reeks huiskamers worden we door deze tijdmachine geleid en we herkennen de eerste radio, platenspeler en kolenkachel. Dat hebben wij maar mooi meegemaakt: dat je kolen ging halen om in de kachel te doen en die aanstak met een stuk krantenpapier en een aanmaakhoutje. En dan was het zaak het vuur aan te houden, ook ’s nachts, zodat het vuur in de ochtend weer mooi opgestookt kon worden, Maar ook de geëmailleerde pannen met melkwolkenmotief waarin onze moeders spruitjes en boerenkool kookten en de eerste koelkasten roepen ons jeugdige enthousiasme op. En dan zijn er de fotowanden met de grote kernwapendemonstratie, Koot en Bie als oprichters van de Tegenpartij (Geen gezeik, iedereen rijk) en Theo en Thea met hun neptandjes. Frans kan allerlei namen en jaartallen moeiteloos benoemen, bij mij duurt het soms wat langer, of ik vergis me in de namen. Maar we genieten allebei van deze tour nostalgique. We kunnen maar moeilijk afscheid nemen van dit museum, dat ook nog eens een enorme legotentoonstelling omvat. Lego was vroeger onze bron van fantasie. Beginnen met een grondplaat en dan een huisje bouwen of een raket van de Thunderbirds. We zijn een beetje laat voor het avondeten, dat Cornelia netjes op tafel heeft staan als onze honger op zijn hoogtepunt is. Daar babbelen we nog wat na over oude tijden en wie onze ouders en grootouders waren. Cornelia voegt moeiteloos in.

Deze week ontdek ik ook dat mijn schrijftalent is doorgegeven. Mijn dochter schrijft via Polarsteps een blog over haar vakantie in Italië, samen met haar vriendin. Ze heeft een vlotte pen en observeert scherp. De Italianen werken niet altijd even hard mee, maar Italië boven Genua blijkt prachtig, warm, met heerlijk zwemwater. En wat me als vader erg blij maakt, is dat ze er zo gelukkig uitziet in haar geleende Opel cabrio. Vakantie vieren doet ze in stijl. En mijn zoon blijkt deze week net als ik erg van bloemen en planten te houden, maar meer in gestileerde vorm, niet in hun ‘natuurlijke’ gedaante. Hij bouwt zonnebloemen van Lego, bijvoorbeeld. In mijn jeugd was dat er nog niet. Om zijn vakantie en afstuderen te vieren, geef ik hem een stickerboek cadeau waarmee hij zelf bloemen kan schikken in een rijke en zelf gekozen vorm. Ook goed.

Huiskamer uit het Verleden