Alle berichten van sibedoosje

Siblog 78: Met schoolvrinden naar Den Haag

Deze zaterdag loop ik naar het station om de trein naar Den Haag te halen. Ik ga daar met twee vrienden heen. We noemen onszelf Cinquante omdat we elkaar al vijftig jaar kennen, maar dat is inmiddels al 51 geworden. Op het perron van Terwijde neem ik plaats op het draadstalen bankje, tussen een vrouw met en een vrouw zonder hoofddoekje. Ik zeg goedemorgen maar beiden zijn kennelijk zo diep in hun telefoon gezogen dat ze niets terug zeggen. Homo videns, de kijkende mens, die luistert en spreekt niet meer. Ik heb het boekje Homo Videns meegenomen voor mijn oude schoolmakkers. Weet niet of we daar wel aan toekomen. Er is altijd veel te bespreken. De vrouw met doek stapt niet in de trein. Andere plannen, verdronken in Instagram?

Prullenbak & prullenbak
Meeuw op strand

In de Stationshal staat een groep schoolkinderen te zingen. Ze willen graag op surfkamp en zamelen daar geld voor in. Ik luister, raak enigszins geëmotioneerd door de kinderstemmen, die zo verlegen klinken. Ik geef wat kleingeld. In de Boekenwissel scoor ik per ongeluk de Odyssee, herverteld door Stephen Fry, een fantastische aanwinst. De begroeting met mijn vrienden is hartelijk, de gesprekken meteen vertrouwd, Wereld- en landelijke politiek, ouder worden, onze relaties en lekker eten. Omdat het vandaag zo warm wordt, rijden we meteen door naar Scheveningen. We lopen langs het strand, voeten in het zeewater en op de scherpe schelpen. Hier en daar ligt een kwal want de wind is oost. We besluiten te wandelen naar Kunstmuseum Den Haag. Mijn vrienden houden er flink de pas in en door mijn zacht geworden voeten loop ik een blaar op.

We lunchen in het museum en beperken ons tot Mondriaan (een veelzijdiger schilder dan vaak gedacht wordt) en de tentoonstelling Can 🤎 be a photograph, die een verpletterende indruk achterlaat. Veel experimenteel werk, wat bij mij leidt tot nieuwe fotografische ideeën. Bijvoorbeeld om collages van uitgeknipte delen van een foto te maken en daar weer een foto van te maken. Philip wijst me op foto’s van jonge kinderen die voorzien zijn van een mannenmond: fascinerend en vervreemdend. Eenmaal buiten gekomen verrast het weer ons. Niet 31 graden en droog, maar regen en killetjes. We pakken de bus. Binnen bij Dudok in de binnenstad schuilen we & drinken bier en wijn met bitterballen.

Inez & Vinoodh, 1994 (ohne AI)

Ons diner vlakbij Paleis Noordeinde is Indiaas, en hoewel we best vroeg eten, bubbelt dat hevige voedsel ook ’s nachts nog lang na. In de trein terug genieten we van een zonovergoten zonsondergang en mijmeren we nog wat, zoals alleen goede vrienden dat kunnen doen. Een intense ervaring, 22.000 stappen en een blaar is de oogst.

Siblog 77: De gevallen vriend

Mijn vriend uit Zwolle is van zijn fiets gevallen en heeft zijn heup gebroken. Ik neem de trein naar Zwolle, waar hij revalideert op een landgoed aan de rand van de stad, Vooraf spreek ik hem over de telefoon: ‘Ik moet zes weken plat, soms kan ik in een rolstoel rondgereden worden.’ Hoe kom je de tijd door, wil ik weten. Veel lezen, zegt hij. Daar is hij nu zo’n twaalf dagen mee bezig. De reis naar die plek in Zwolle duurt ruim twee uur en ik bereid die dan ook voor als een expeditie. Brood mee, De kunst van het nietsdoen en de laatste uitgave van Onze Taal mee.

Ik typ dit. En ik kijk uit het raam. Geboomte: loof en den, een pad langs de rails. Kort geleden aangelegd denk ik, oude maar dunne stammen langs de zoom. Ik denk ook na over mezelf. Van wie ben ik? Ik ben van mezelf, of tijdelijk geleased aan het universum. Dat ik van niemand ben kan ook. En waarom zou ik zo over mezelf denken, in termen van bezit? Het is niet nodig. Het bezittelijk denken is dominant: hebben, niet zijn. Ik lees veel, thuis lees ik het boekje van Roxane van Iperen, Ik zie wat ik geloof. Zij beschrijft hoe gewelddadig de kolonisatie van onze eigen identiteit door sociale media is en hoe dat ertoe leidt dat we steeds minder lezen. De hebberigheid van Big Tech, het is somberend. Het spiegelt jezelf algoritmisch en ze hebben daar een verdienmodel van gemaakt. Is deze blog ook een verdienmodel? Over vijf minuten zijn we er al. De Veluwe maakt plaats voor weideland met coulissen. Ondertußen moet ik steeds nodigerder piesen. Ik zie de IJssel. Ik plas tegen betaling op het station.

Dit is de bushalte en hier komt lijn zes over een kwartier aan. Een gezin met een dochtertje van zo’n zes jaar wordt door een RRReismedewerkster gewezen op lijn 13. ‘Vertrekt over een minuut ‘, zegt ze. De chauffeur in de verte ziet dat anders. Het gezin is nog niet halverwege of de bus vertrekt al. De medewerkster verandert in een held. Ze werpt zich voor de bus en wordt er net niet door geraakt (pesterij van de chauffeur). ‘Gevaarlijk beroep hebt u’, zeg ik. Ja, zegt ze, de chauffeur vond het niet leuk. Maar ja, te vroeg vertrokken. Het gezin haalt lijn 13 dus. Eenmaal in de bus kunnen ze hun chipkaart niet vinden (de medewerkster maakt dit niet meer mee, maar ik zie een zoete wraak). Nog meer vertraging voor de chauffeur die nu helemaal niet meer op tijd achter de aardappels zit. Eenmaal in lijn zes weet ik niet wat ik moet vinden van buschauffeurs die hun eigen muziek hoorbaar opzetten. Mag dat? Heb ik er last van? In mijn bus staat Yesterday van de Beatles zachtjes op. Een golfje nostalgie doortrekt me.

Het landhuis is typerend voor dit soort instellingen. Rust, reinheid en regelmaat achter een sjieke gevel. Binnen schuifelen vooral oudere patiënten zachtkens voorbij. In de lange gang kan ik kamer 10 niet meteen vinden (rechts gaat 8 over in 11) en de verpleging die in de gang kletsend pauze zit te houden, merkt mij niet op ondanks dat ik verschillende malen zoekend langsloop. Service alleen tijdens werktijd. Ik vraag het en klop links aan. Mijn goede vrind zit al in zijn rolstoel klaar om een wandeling te maken. Maar eerst geef ik hem een cadeau voor zijn zeventigste verjaardag, Soldaat-hovenier, een magistraal stripverhaal dat speelt in de Eerste Wereldoorlog. in zijn rolstoel. Daar is hij blij mee, want ‘saai is het hier wel’. Buiten gekomen bloeit de vogelaar in hem meteen op. In het paradijselijke park aangelegd in Engelse landschapsstijl zien we een ijsvogel en horen merel, zanglijster, roodborst en pimpelmees. Hij suggereert dat ik de Merlin vogelapp ook op mijn mobiel installeer. De rolstoel is zwaar en het bospad hier en daar nat. Maar de inspanning is goed voor mijn lijf., en we praten lekker bij. We bezegelen onze ontmoeting met een bakkie troost en een dikke plak cake. Jur is dankbaar en ik heb er een Zwolsch avontuur bij. En dan ga ik weer. De eerstvolgende bus rijdt in de verte voorbij: gemist. Ik geniet van de groene lentekou en schaaf nog even aan dit blog. Wachten bestaat niet. Terug in de bus is het repertoire romantisch Nederlandstalig, met voorspelbare rijmelarij. Niet mijn smaak.

En dan ga ik weer. De eerstvolgende bus rijdt in de verte voorbij: gemist. Ik geniet van de groene lentekou en schaaf nog even aan dit blog. Wachten bestaat niet. Terug in de bus is het repertoire romantisch Nederlandstalig, met voorspelbare rijmelarij. Niet mijn smaak. Terug in de trein lees ik in Onze taal over positieve affirmaties: zinnetjes die je helpen negatieve oordelen positief te beïnvloeden. Die bevestigingen lijken dus wel te werken, maar ze vragen ook een flink doorzettingsvermogen. Blijf deze mantra dus herhalen, vriend: “mijn heup wordt beter”. Religieritueel zonder dominee.

Siblog 76: Moederdag en wind tegen

Het is Moederdag. Ik verwen Cornelia flink, onder andere met een braadspuit, waarmee je kookvocht uit bv. een kip kunt halen om het weer over de kip te spuiten. Het is vandaag een van die prachtige lentedagen: veel zon en een windje. Ik voer een idee uit dat ik allang in mijn hoofd heb. Met de fiets op de trein en dan terugfietsen. De bestemming vandaag is Gouda. Daar ga ik naar kringloopwinkel Rataplan en dan fiets ik terug via Woerden, waar ik nog een Rataplan bezoek. Hun kringloopwinkels hebben een groot en divers assortiment en ze zijn op zondag open. De sprinter schommelt heen en weer en dat typt lastig, vooral omdat ik sinds kort de aanvulfunctie heb uitgezet. Dan ben ik van die lastige apparaatsuggesties af die soms leiden tot onzinnige woorden, die je dan weer moet corrigeren. Ik corrigeer liever mezelf. Het bevalt me goed om weer precies te moeten schrijven zoals op een typemachine vroeger.

Het fietsgedeelte is in het midden van de trein en er staan al twee fatbikers met hun voertuig. Ik weet nog steeds niet waarom zij zo in mijn allergiezone zitten. De mensen op de fatbikes zijn Chinees of Japans en zeer vriendelijk. Ze maken netjes plaats voor mij & mn fiets. Ik zet hem vast met een spin en ga er lekker naast zitten. Lekker zo’n dagkaart voor de fiets. Ik praat erover met de conducteur en leer dat hij de hele dag geldig is en je dus indien nodig mooi heen en terug kunt. Dat doe ik dus niet, is het plan.

Vroeger noemden we een Sprinter een boemeltje of een stoptrein, wat denigrerende termen. Vanuit marketingoogpunt is Sprinter natuurlijk briljant gekozen. Het suggereert snelheid maar het blijft natuurlijk gewoon een trage trein.
De wind van Gouda naar Woerden is noord en een windje is het niet meer. Flink trappen dus. Prachtige weidegebieden met sliertende sloten, hengelende visdiefjes en tussen boterbloemen grazende paarden. Doet me denken aan mijn aloude fietsvakanties – fijn om een lijf in de wind te zijn.

Razende renners zijn er ook. Sommige zijn uitslovers met fel gekleurde tricotjes en martiale stemmen die ’tegenligger’ roepen. Maar er is dus ook die vriendelijke renner die goedemiddag zegt en mijn strijd met de wind begrijpt. Ik fiets langs de Oude Rijn tussen Bodegraven en Woerden en ik lees de namen van de boten: Amigo, Makker en Verwend (dat heb ik vanochtend met Cornelia gedaan). Verwend is als boot trouwens een behoorlijk beschimmelde bak.

Ik rijd door een dorpje waarvan ik de naam niet weet doordat ik steeds langs de rivier fiets. Ik vraag het aan een man die kennelijk naar zijn huis wandelt. Het blijkt Nieuwerbrug. Hij wijst een ophaalbrug in de verte aan. De enige brug met tolheffing in Nederland, zegt hij. Heeft hij ook een boot (ik wel, bedenk ik)? Nee: veel werk, je zit er behoorlijk aan vast, zegt hij. Klopt, beaam ik. De liefkozende namen zoals Amigo verhullen dat een boot veel werk is, zo beaamt ook Arie (en ik).

Ik zit nu aan een bekertje warme chocola in Rataplan Woerden. Even recupereren zoals dat in wielertermen heet. Maar ook.moet ik besluiten of ik de trein neem naar huis, of toch ga fietsen. Ik ben al aan de late kant en de moederzoom met de Cody’s ga ik toch niet meer halen. Nog even doorbeuken? Ja, het wordt doorbeuken. En ik haal de moederdagzoom ook nog.

Siblog 75: Onverwacht bezoek bij de Fotosoos

Ik word wakker en hoor een van de eerste vogels. Het maakt me blij. Ik heb wonderlijk gedroomd, van een van de feesten op onze faculteit. In de droom maak ik zo’n feest mee, en praat met mensen die het volgende feest willen organiseren. Dat heb ik ooit ook gedaan, samen met mijn geliefde collega Paul. We leefden er allebei van op en konden met elkaar lezen en schrijven en het waren mooie feesten. Paul is er niet meer. Hij kreeg pancreaskanker. Ik ben er nog wel. Ik leef volop, zolang mijn ledematen en geest bewegen. De avond voor deze morgenstond ben ik bij onze Fotosoos, waar we elkaar onze mooiste foto’s zullen laten zien. We hebben foto’s gemaakt voor het lentenummer van Leidsche Rijn Magazine. We staan op pagina 79 en het magazine komt bijna uit:

Voor de presentatie begint, gaat de bel van het Buurtcentrum. Marja (zo heet ze blijkt later) staat voor de deur. Ze zegt dat ze verdwaald is. Ze moet naar Venray, of naar Arcen. Ik zeg dat ze dan ver van huis is. Ik vraag of ze binnenkomt en beloof dat ik haar zal helpen thuis te komen. Bea en Frida zetten binnen thee en koffie. Ik plaats Marja aan een tafel en praat met haar. Ik ben nu per ongeluk verantwoordelijk dat haar wanhoop stopt. Ze krijgt koffie en een chocolaatje. Een van de leden wil haar een hand geven omdat ze misschien een nieuw lid is. Nee, ze fotografeert niet want ze heeft geen fototoestel. Ze vertelt dat ze naar Arcen moet, naar haar ouders. Ze is alles vergeten zegt ze, en ze huilt erbij. Uit haar tasje komen briefjes en lege opschrijfboekjes en drie bonnetjes van de wasserette. Op die bonnetjes staat haar adres. Het is om de hoek. Frida kent iemand van deze verzorgingsunit (Frida kent iedereen) en belt haar op. Iemand komt haar ophalen – ze waren haar nog niet eens kwijt. Ze mocht niet van de afdeling af maar het is haar toch gelukt. Ik ben er blij om. We hebben een vertwijfeld mens ontmoet en haar even een anker kunnen geven. De verzorgster zegt bij het weggaan dat ze ook fotografeert. Toch nog een nieuwe amateurfotograaf erbij?

Siblog 74: Een lezing over Joseph Cuypers

Sinds november heb ik al geen blogs meer geschreven (te druk), maar hier komt er weer een. Vanavond ga ik naar een lezing over Joseph Cuypers, de zoon van Pierre Cuypers, de architect van Kasteel de Haar. Gert van Kleef geeft de lezing. Het is koud als ik erheen fiets. Ik neem mijn camera mee want ik wil wat foto’s schieten van spreker en publiek. Dat lukt, ik krijg de mensen zover dat ze met z’n allen lachen en naar de camera zwaaien. De lezing is boeiend. Joseph Cuypers staat vooral bekend als ‘de zoon van’, maar hij heeft veel kerken gebouwd, gerenoveerd en vernieuwd, met een eigen handtekening en in een eigen stijl. Veel daarvan zijn een monument en dat zegt genoeg. Voor zijn lezing looft Gert zijn eigen boek over de architect uit, voor wie de meeste vragen stelt. Ik doe erg mijn best en stel drie vragen, een verhelderende vraag over de West-Oost oriëntatie van kerken, een vraag over de bouw- en decoratiestijlen die Joseph gebruikte (waarbij ik een plafondschildering in de kamer van de Baron openlijk misplaats als Jugendstil, waarop iemand me gelukkig corrigeert) en een vraag over waarom Gert persoonlijk zo geïntrigeerd is geraakt door Joseph. Zelf vind ik dit de beste vraag. Gert geeft een uitgebreid antwoord, waarbij hij de zachtmoedigheid van Joseph als belangrijk kenmerk noemt.

Gert van Kleef

Na afloop praat ik nog wat na met collega-zaalgidsen en komt Gert naar me toe met het boek. Ik heb het gewonnen! Ik schud zijn hand hartelijk. Helaas heb ik maar een kleine fotorugzak bij me en het is een groot boek. Ik haal de flitser eruit en stop die in de zak van mijn grote jas. Ik stop het boek in de rugzak, maar ben bang dat het eruit zal vallen. Terug op de fiets maak ik van de rugzak een borstzak, kan ik het boek in de gaten houden. Het is steenkoud en aardedonker op de Bochtdijk. Ik hoop stiekem dat ik herten zie, maar de dieren houden zich stil. Ik moet het doen met de fazant die ik op de heenweg zag. Ik voel me gelukkig. De dagen erna begin ik het boek te lezen. Het is een fascinerend inkijkje in het architectenbureau Cuypers en Co en de rol van Joseph daarin. Het is uitstekend gedocumenteerd, en staat vol met met ontwerpen en foto’s van de bouwwerken – dat zijn voor Joseph vooral kerken. Een van de mooiste kerken vind ik de Sint Laurentiuskerk in Dongen. Vanwege de bouw, maar ook vanwege de plafondschildering. Joseph werkte veel samen met andere kunstenaars en gaf hen veel vrijheid.

Siblog 73: Onthulling antifonarium

Tot voor kort wist ik niet wat een antifonarium was. Dat blijkt een getijdenboek, oftewel een verzameling koorwerken die op verschillende tijdstippen van het jaar tijdens de mis gezongen worden. Kasteel de Haar blijkt er een te hebben, omdat de baron en barones het destijds een mooi pronkstuk vonden. Het is een Spaans getijdenboek en is waarschijnlijk aangekocht samen met andere Spaanse altaarstukken, die ook in het kasteel te vinden zijn.

Vandaag zijn Cornelia en ik met zo’n vijftig andere gasten uitgenodigd bij de officiële onthulling van het gerestaureerde antifonarium. Het boek (dat ongeveer een meter groot is en dertig kilo weegt) is gerestaureerd omdat het gescheurd was, er leer op de band ontbrak en het opnieuw moest worden gebonden. Het is koud en we zijn blij dat we in de Main Hall ontvangen worden met koffie, thee en een rijke keus aan petits fours. Al gauw ontspinnen zich allerlei gesprekken over het boek. Ik ontmoet meneer pastoor, een man die ook professioneel boekrestorator is maar niet heeft meegewerkt aan deze restauratie, mijn directe collega’s Louis en Frank en nog vele anderen. Ondertussen maak ik foto’s van het diverse gezelschap en de gebeurtenissen die zich ontvouwen.

Ontvangst van de gasten in de Main Hall
Isaac Alonso de Molina – onderzoeker en dirigent van het koor

We trekken de jassen weer aan en begeven ons naar de kapel. Wat is dit toch een mooi kerkje, met de heiligenbeelden en de marmeren platen met de voormalige heren van De Haar (en één kasteeldame, trouwens). Er ligt een mooi samengesteld programmaboekje voor ons klaar. Achterin de kapel staat op een standaard, onder een groot kleed, het getijdenboek te wachten op onthulling. Het is inderdaad een enorm geval. We vragen ons af hoe lang de restauratie heeft geduurd (ongeveer een jaar), waar het van gemaakt is (van perkament, het vel van zo’n honderd schapen) en waar het voor gebruikt werd. Isaac Alonso de Molino vertelt ons dat het getijdenboek uit Spanje komt, en dat het werd gebruikt om gedurende het kerkelijk jaar verschillende gebeurtenissen te bezingen. In het Latijn, met seniorenletters, want iedereen moet het van een afstand kunnen lezen. Later zal Isaac de Capella Academica Den Haag dirigeren, terwijl ze uit het getijdenboek zingen.

Dan leidt restaurator Marijn de Valk ons in in de geheimen van de restauratie van het getijdenboek. Als ik zo’n boek voor mijn neus zou krijgen, zou ik bevangen worden door een enorme angst om het nog verder te beschadigen dan het al is. Zo niet Marijn. Rustig en deskundig legt ze uit in welke fasen het boek aan kwaliteit wint: uit elkaar halen, scheuren repareren, opnieuw binden, verstevigen waar nodig. Het is een vrij technisch verhaal, maar mijn respect voor deze dame stijgt met de minuut. Even later slaat ze zonder schroom pagina’s in het boek om. Het boek is gebruikt geweest en moet opnieuw gebruikt worden. Dus wordt het opengeslagen en zingt het koor er stukken uit: antifonen. Het klinkt prachtig in de kapel en Isaac dirigeert op een kalm tempo. Ik kan me voorstellen dat dit rustgevend is geweest voor de monniken: de bezwering van menselijke angsten door religieuze vervoering.

Betrokkenen bij de restauratie. Katrien Timmers, conservator, is derde van links. Links van haar Joyce, die het boek zo dapper openhield tijdens het zingen van de antifonen.

Het boek wordt van zijn hoge positie naar het altaar verplaatst, wat nog een hele tour is. Ondertussen krijgen we een bubbelwijn aangereikt, waardoor het wachten aangenaam is. Blij dat ik niet bij Collectiebeheer werk. Ik zou teveel brokken maken. Zo niet deze geduldige en precieze mensen. Ze weten het boek keurig op zijn plek te krijgen, waarna alle betrokkenen erachter gaan staan en van hun blijdschap getuigen. Het getijdenboek zal een mooie plaats in kasteel De Haar krijgen. Moet ik nog wel even oefenen hoe je antifonarium correct uitspreekt.

Siblog 72: Exultate!

Poster Exultate! Ontwerp Marjolijn

Het is moeilijk te beslissen waar ik moet beginnen. Op vrijdagavond bereid ik me met onze koren Sforzato en 4bij4 voor op ons concert Exultate! dat we zaterdag in de Aloysiuskerk gaan geven. Er moeten door dirigenten Anna en Hester nog heel wat puntjes op heel wat i-tjes gezet worden. En het is een lang proces dat ’s ochtends begint met het ophalen van de programmaboekjes bij grafisch ontwerper Marjolijn en het glaswerk voor de borrel op zaterdagmiddag. Het boekje ziet er prachtig uit met een mooi gekleurd omslag en een binnenwerk in zwart-wit. Daar is door Marjolijn en Caroline hard aan gewerkt. In de middag komen de musici, die de klavecimbel stemmen, het orgel testen en de instrumenten laten wennen aan de temperatuur en vochtigheid van de kerk. En dan moet er geoefend worden. De kerk vult zich met Vivaldi’s en Mozart’s speelsheid terwijl ze getuigen van de glorie van God.

Die week en vooral die vrijdag en zaterdag komt er een stortvloed aan mailtjes en appjes langs die allemaal een antwoord behoeven, hoe minuscuul het probleem voor de Concertcommissie (Fransje, Marjan, Corien en ik) soms ook lijkt. Wie gaan de bloemen geven, wanneer kan onze voorzitter zijn gloedvolle toespraak gaan geven als we als koor eerst het priesterkoor op marcheren, welke buslijnen rijden naar de kerk? En dan is het opeens zaterdagochtend twaalf uur. Ik voel de adrenaline door de vaten jagen, maar het is een prettige spanning. We zingen in en dat klinkt allemaal hoopvol. De kleine foutjes en te late inzetten horen we zelf het beste, spreek ik mezelf en anderen moed in. De duurzaam geteelde bloemen heeft Fransje alvast klaargezet op ons podium. We oefenen nog even met orkest en dit is de fase, bedenk ik, waarin de muziek zich vast gaat zetten in mijn hersenpan en daarin nog lang zal nagalmen. Ik spreek met verschillende mensen, de fotografen, mijn collega’s, die de beelden van het concert zullen gaan vastleggen. Ik maak praatjes met Rik en Frans, het personeel van de kerk dat het ons qua catering aan niets zal laten ontbreken. Onze muzikaal leider Hester spreekt ons vooraf moed in. Geniet, zegt ze, maak muziek met plezier. Ze is altijd positief en dat is zo fijn. Muziek verdraagt geen spanning of te hoge eisen. We zijn en blijven amateurs en we kunnen alleen enorm ons best doen. Vooraf worden er ook zorgen geuit over de inzetten, de moeilijke stukken en of we niet meer met het orkest en de solisten hadden moeten oefenen. Die zorgen zijn de kruiszijde van de munt, de prettige spanning is de kop.

De kerk is compleet gevuld en een van mijn grote zorgen komt tot een einde: halen we genoeg recette om het concert kostenneutraal te maken? Iedereen kijkt blij en verwachtingsvol en alle ogen zijn op ons gericht als het gaat beginnen. En wat een concert wordt het! We geven alles, het is gloedvol, warm en blij. De dirigenten Hester en Anna dirigeren dat het een lieve lust is, Sforzato en 4bij4 mikken vurig op de harten van hun familie, vrienden en bekenden, de strijkers strijken, de blazers blazen, het orkest Florilegium Musicum geeft ons steun, Jaap Jan tingelt en dreunt op klavecimbel en orgel, en de solisten Catelijn en Gerben zingen uit volle borsten en snijden door de zielen van de aanwezigen. Er galmen emoties, plezier en tranen in de kerk, er is passie voor muziek. En naderhand is iedereen vol lof over de ‘eigen’ mensen maar ook over het concert als geheel. We hebben geklónken en klinken daarop met glazen vol witte en rode wijn. Ik spreek tientallen mensen, waaronder een van mijn studenten Nederlands van ESA. Zij is met haar partner helemaal naar Utrecht gekomen om naar ons en mij te luisteren. En de fotografen, mijn collega’s van Fotosoos Terwijde en Will, maken een prachtige beeldimpressie waarvan hier een selectie te vinden is.

Rest alleen nog het nagloeien, het genieten, de muziek van de oude meesters nog vol in de kop en een heerlijke rust om dit alles te verwerken. Pfffff.

Siblog 71: Begrafenis op de Veluwe

Vandaag ga ik naar de begrafenis van een vriendin die 71 is geworden en die ik al een tijd niet heb gesproken. Haar zus mailt me dat ze een hartstilstand heeft gehad. Zo snel kan het dus gaan, denk ik. Ik deed als jongeman administratief werk met haar op een afdeling met allemaal ingenieurs. Zij zwaaide daar de scepter en ik denk dat ik in die tijd misschien wel een beetje verliefd op haar was. Later hebben we het contact hernieuwd en dat is ook weer verloren gegaan. Ik besluit naar de begrafenis te gaan. Ik heb het daar niet zo op: droevige, zware ceremonies onder leiding van een uitvaartbegeleider die ervoor heeft doorgeleerd. Het is op de Veluwe en ik kan met de auto, net voor storm Benjamin uit. Wat trek ik aan? Ik heb een zwart kostuum dat nodig gestoomd moet worden, en ik heb nog zwarte trouwschoenen uit mijn eerste huwelijk die ik oppoets. Ik doe een blauw shirt aan voor de kleur en een vlinderdas met pinguïns erop. De dag ervoor heb ik al een mooie blauwe bloem gekocht, die ik vergeet mee te nemen.

Ik vertrek ruim op tijd. Ik heb zoveel tijd over dat ik meen nog een kopje koffie met een snackje te moeten nuttigen bij tankstation Palmpol. Dat is een misrekening, want al gauw beland ik in een file die eerst 6, dan 7 en uiteindelijk 18 minuten vertraging oplevert. Op een gegeven moment vraag ik me af of het erg is om te laat te komen op een begrafenis. Ik ga maar niet scheuren, want daar komen brokken van. ‘Man (69) overlijdt op weg naar begrafenis’ is een beetje een jammerlijke krantenkop. Ik rijd over zandpaden, klinkerwegen en door prachtige bossen. Daar hield deze vriendin ook van. Als ik net naast het kerkje sta, parkeert er nog een auto. Ook te laat, ook in de file, stellen we tevreden vast. We stommelen zo zachtjes mogelijk het prachtige kerkje in de bossen in.

Als mensen nog niet dood zijn, zeggen ze vaak dat ze zouden willen dat hun leven tijdens de begrafenis gevierd wordt. Men mag niet te verdrietig zijn. Dat lukt in de praktijk bijna nooit. Er wordt tijdens deze dienst niet gehuild, ikzelf huil ook niet, terwijl ik nogal een jammerbak ben. De vriendin heeft een vol leven gehad. Familiekiekjes, vooral Franse muziek, twee harpisten en de toespraken getuigen daarvan. Ik leer best veel nieuwe dingen over de vriendin: zo speelde ze zelf harp en ging graag met kinderen om, hoewel ze zelf geen kinderen wilde. Tijdens de plechtigheid zie ik iets licht gekleurds fladderen. Is dat een vleermuis? Het is verleidelijk om te denken dat het de vriendin is. Je hoort vaak verhalen van roodborstjes die begrafenissen bezoeken en nadrukkelijk aanwezig zijn en daardoor de indruk wekken dat ze de geest van de overledene belichamen. Ik houd het er maar op dat het inderdaad een vleermuis is. Later probeer ik nog de soort te bepalen, maar ik kom daar niet goed uit. Misschien was het toch een flits van haar? Na de teraardebestelling (mijn bloem wordt niet gemist) rijd ik terug naar huis. Ik durf geen foto’s te nemen, vandaar dat dit alleen maar tekst is. Weer thuisgekomen begeven de zolen van mijn zwarte trouwschoenen het. Net op tijd. Ik besluit dat er op mijn begrafenis flink gehuild mag worden.

Siblog 70: Zonnestraal

Het is lang geleden dat ik een blog schreef. Het is vakantie geweest en Cornelia en ik zijn naar het Noordoosten van de Verenigde Staten geweest. Maar ook waren er allerlei feesten en partijen zoals de verjaardag van Jan Willem en de Sforzatodag (beide op 6 september) en het 5-jarig bestaan van de Fotosoos. Allemaal druk gedoe waardoor schrijven er niet van komt.


Maar vandaag is het zondag en ik fiets naar de curiosamarkt op het terrein van Zonnestraal in Hilversum. Ik neem de route langs de Loosdrechtse plassen en zon en wind zijn me goed gezind. Ik realiseer me weer hoe fijn het is om buiten te zijn, mijn kuiten gebold en de zon in mijn haar, de blik om me heen gericht, mijn gedachten zwervend.
Zonnestraal is een bedrijfsverzamelgebouw voor zzp’ers, voorheen een sanatorium waar mensen konden herstellen van TBC of burnout. Het terrein rondom dit prachtige Rijksmonument staat vol met kramen die afgeladen zijn met spullen: half antieke metalen borden, sieraden, vaatwerk en nog veel meer.

Werkruimte Zonnestraal (wijnmakerij?)

Ik koop er niets want hier kom ik tot een belangrijke ontdekking. Ik houd niet van die nostalgische, artistiekerige prullaria. Ze worden verkocht door handelaartjes die de waarde beseffen en hopen dat de gek hun prijs zal betalen. Het zijn spullen die op een tafel of kastje een zwervend bestaan zullen gaan leiden en slechts af en toe getoond zullen worden als iemands oog erop valt: ‘gekocht op een rommelmarkt, mooi he?’. Ik ga veel liever naar een kringloopwinkel. Ook daar staat rommel maar daartussen staan dan pareltjes van schoonheid en functionaliteit. Na Zonnestraal fiets ik dus door naar de Kringloopcentrum de Markt in Zeist. Daar vind ik drie CD’s en een grappig instrumentje waarbij een vogeltje cocktailprikkers oppakt met zijn plastic snaveltje.

Cocktail bird

Dan fiets ik terug naar huis. Ik heb 55 kilometer afgelegd, niet gek voor een 69-jarige vind ik zelf. Onderweg kom ik natuurlijk de nodige racefietsers tegen in fel gekleurde aerodynamische pakken met monsterachtige brillen voor niets ziende ogen. Zij gaan harder en verder. Ik niet. Ik ben lekker sloom. Ik sta nu en dan eens stil, eet een ijsje in Bilthoven en eet in Café Egelshoek mijn brood op met een tonic erbij. Thuis luister ik naar de meegebrachte Chinese muziek, Aboriginal muziek en Radio Tarifa. Die laatste CD hebben we kennelijk al. Ik raak enigszins betoverd door deze muziek met een mix van Arabische, Flamenco en Roma elementen.

Siblog 69: drukke week zonder punten

Watertoren Lauwerhof

het is een drukke week dus tijd voor punten en hoofdletters heb ik niet, en op maandagmiddag begin de week ik met een vergadering van de concertcommissie en ’s avonds repeteer ik met sforzato twee stukken van vivaldi voor ons jubileumconcert op 15 november en toevallig gaat dat heel goed en op dinsdag geef ik dan nederlandse les aan een duitse student en dan snel op de fiets naar het stadskantoor voor een overleg over de basissubsidie voor amateurkunst om de koren in utrecht overeind te houden waarna ik die middag met de auto naar de berg en boschschool ga voor een humorles aan jonge kinderen dat is leuk want mijn dochter is daar onderwijsassistent, en diezelfde avond kom ik samen met buren voor het oprichten van een bewonersnetwerk in terwijde en natuurlijk kom ik daar weer eens vandaan met een nieuwe functie en veel huiswerk, waarna ik op woensdagochtend weer nederlandse les geef aan de duitse student wat erg leuk is omdat het een levende les in het centrum van utrecht is waarbij we de dom en enkele tuinen bekijken en ik de nederlandse verkeersregels uitleg aan de hand van live instructie en ’s middags neem ik foto’s van zaalgidsen bij kasteel de haar voor ons project het leven van de vrijwilliger, deze avond ben ik gelukkig vrij al moet er veel worden gecommuniceerd over ons jubileumconcert en oh ja ik moet ook nog wat interviews uitwerken helaas blijft dat liggen net als de herziening van een artikel over vragen stellen (gepensioneerd en gepassioneerd zijn is leuk maar soms best wel intens), en deze donderdag schrijf ik materiaal voor een gedicht bij het 40-jarig huwelijk van mijn broer en zijn vrouw en dan ga ik alvast boodschappen doen voor morgen want dan geven we een feestje bij ons thuis omdat cornelia’s zoon in nederland is, gelukkig weet ik alles het huis in te slepen en kan ik ’s avonds genieten van een afsluitend etentje met de fotosoos in restaurant barbacoa in houten en daarna kan ik lekker gaan slapen en op vrijdagochtend breng ik de auto naar de garage voor de apk en ondertussen schrijf ik twee brieven voor de overbuurvrouw voor de verzekering en voor het verlengen van haar verblijfsvergunning en daarna lunch ik met mijn zoon, waarna ik alvast drie pannen vegetarische chili voor twaalf gasten klaar maak die we die avond opeten gelukkig is het mooi weer en is iedereen blij en praten we veel over van alles al was de reparatie van de auto wel 650 euro waarna ik zaterdag met cornelia naar kasteel hoekelum rijd waar dus dat robijnen huwelijk is en waar mijn andere broer een gedicht voorleest dat hij, ik en een sbufje ChatGTP hebben gemaakt, waar ik tegen was omdat ik gedichten heel goed zelf kan bedenken maar toch is het mooi geworden en dan is het alweer zondagochtend 8 uur geworden en sta ik met Dries voor het Rembrandt filmtheater om foto’s te maken van de vroege stad en we maken mooie plaatjes zie daarvoor hieroder en dan is de week vol en kan het grote uitrusten beginnen punt pffff

Afvoer met algen
Slinger in een struik