Het is Moederdag. Ik verwen Cornelia flink, onder andere met een braadspuit, waarmee je kookvocht uit bv. een kip kunt halen om het weer over de kip te spuiten. Het is vandaag een van die prachtige lentedagen: veel zon en een windje. Ik voer een idee uit dat ik allang in mijn hoofd heb. Met de fiets op de trein en dan terugfietsen. De bestemming vandaag is Gouda. Daar ga ik naar kringloopwinkel Rataplan en dan fiets ik terug via Woerden, waar ik nog een Rataplan bezoek. Hun kringloopwinkels hebben een groot en divers assortiment en ze zijn op zondag open. De sprinter schommelt heen en weer en dat typt lastig, vooral omdat ik sinds kort de aanvulfunctie heb uitgezet. Dan ben ik van die lastige apparaatsuggesties af die soms leiden tot onzinnige woorden, die je dan weer moet corrigeren. Ik corrigeer liever mezelf. Het bevalt me goed om weer precies te moeten schrijven zoals op een typemachine vroeger.
Het fietsgedeelte is in het midden van de trein en er staan al twee fatbikers met hun voertuig. Ik weet nog steeds niet waarom zij zo in mijn allergiezone zitten. De mensen op de fatbikes zijn Chinees of Japans en zeer vriendelijk. Ze maken netjes plaats voor mij & mn fiets. Ik zet hem vast met een spin en ga er lekker naast zitten. Lekker zo’n dagkaart voor de fiets. Ik praat erover met de conducteur en leer dat hij de hele dag geldig is en je dus indien nodig mooi heen en terug kunt. Dat doe ik dus niet, is het plan.
Vroeger noemden we een Sprinter een boemeltje of een stoptrein, wat denigrerende termen. Vanuit marketingoogpunt is Sprinter natuurlijk briljant gekozen. Het suggereert snelheid maar het blijft natuurlijk gewoon een trage trein.
De wind van Gouda naar Woerden is noord en een windje is het niet meer. Flink trappen dus. Prachtige weidegebieden met sliertende sloten, hengelende visdiefjes en tussen boterbloemen grazende paarden. Doet me denken aan mijn aloude fietsvakanties – fijn om een lijf in de wind te zijn.


Razende renners zijn er ook. Sommige zijn uitslovers met fel gekleurde tricotjes en martiale stemmen die ’tegenligger’ roepen. Maar er is dus ook die vriendelijke renner die goedemiddag zegt en mijn strijd met de wind begrijpt. Ik fiets langs de Oude Rijn tussen Bodegraven en Woerden en ik lees de namen van de boten: Amigo, Makker en Verwend (dat heb ik vanochtend met Cornelia gedaan). Verwend is als boot trouwens een behoorlijk beschimmelde bak.
Ik rijd door een dorpje waarvan ik de naam niet weet doordat ik steeds langs de rivier fiets. Ik vraag het aan een man die kennelijk naar zijn huis wandelt. Het blijkt Nieuwerbrug. Hij wijst een ophaalbrug in de verte aan. De enige brug met tolheffing in Nederland, zegt hij. Heeft hij ook een boot (ik wel, bedenk ik)? Nee: veel werk, je zit er behoorlijk aan vast, zegt hij. Klopt, beaam ik. De liefkozende namen zoals Amigo verhullen dat een boot veel werk is, zo beaamt ook Arie (en ik).
Ik zit nu aan een bekertje warme chocola in Rataplan Woerden. Even recupereren zoals dat in wielertermen heet. Maar ook.moet ik besluiten of ik de trein neem naar huis, of toch ga fietsen. Ik ben al aan de late kant en de moederzoom met de Cody’s ga ik toch niet meer halen. Nog even doorbeuken? Ja, het wordt doorbeuken. En ik haal de moederdagzoom ook nog.