Alle berichten van sibedoosje

Siblog 41: Barbie is in Gouda en Grand Tour in De Haar

Deze zaterdag is van en voor ons, en Cornelia en ik besluiten dus om naar Gouda te gaan. We gaan daar lunchen en de binnenstad bekijken en als het kan een paar kringloopwinkels bezoeken. daar houden we allebei van. De trein is er vanuit Terwijde snel. Het is regenachtig met felle scheuten zon er tussendoor. We slenteren door het gezellig drukke centrum, paraplu op, paraplu af. We eten pannenkoeken in het Hofje van Jongkind. Het is er erg druk en we worden dus op twee barkrukken in de etalage geplaatst, met uitzicht op café Friends (zie lynx). Ik grijp mijn kans als clown door een komische act op de beweegbare barkruk uit te voeren. Ik maak Cornelia een paar keer aan het lachen. Herhaling is de kracht van de lach. Nadere bestudering van café Friends levert nieuwe inzichten op. We concluderen dat de gevel eerder past bij Enemies dan bij Friends, en dat het geheel nou niet bepaald uitnodigend is (zie foto). Het lijkt eerder de ingang van een gevangenis dan van een horecagelegenheid: geen ramen, een slotgracht en een gesloten gevel (zie de foto lynx boven). Op weg naar Cinema Gouda (daar is Barbie te zien) komen we nog leuke winkeltjes tegen: meer vintage dan kringloop. Daar zien we een prachtig schilderij van een trein. 419 euro. We kopen het (nog) niet, maar mooi is het wel. Net als Gouda: een prachtige kleine Zuid-Hollandse stad.

Barbie (de film) is een belevenis. Mooi gemaakt, met aandacht voor detail. We zien alle parafernalia langskomen: de Barbie-auto, het Barbiehuis, en Barbie zelf natuurlijk: lang, blond en blij. In de film verlaat ze Barbieland en trekt naar de echte wereld. Dat blijkt nogal ingewikkeld, want daar zijn (domme) mannen – waarvan haar Ken er een is – de baas. Het scenario wringt zich in allerlei bochten om te laten zien dat Hollywood heus inclusief is: voor mannen, vrouwen en alle rassen. Hoewel het slimme blondje de hoofdrol speelt, zie je verder alle rassen langskomen. Na het zien van de film komen Cornelia en ik tot de conclusie dat het scenario aan alle kanten lekt en dat het zeer interessant was geweest als alle karakters niet zo karikaturaal waren geweest, en dat met name het karakter Allan (een man met een homoseksuele/trans uitstraling) mogelijkheden had geboden aan allerlei nuanceringen, die de film oneindig veel interessanter hadden gemaakt. Toneelschrijver Cornelia zegt dat ze wel raad had geweten met dit script en dat geloof ik graag van haar.

Ja en dan is het zondag, een dag die ik geheel besteed aan kasteel De Haar. Niet alleen heb ik dienst in het kasteel, maar ik maak ook de Grand Tour mee, een ontdekkingstocht voor zaalgidsen, waarbij we allerlei plekken bezoeken die je normaal niet ziet: gastenkamers op de tweede verdieping, de Duiventoren met de vangkooi (zie rechts) en de mannenafdeling van het personeel. Ik maak veel foto’s van mijn collega’s voor het fotoproject Het leven van de vrijwilliger, die ik weer netjes opstuur aan de dienstdoende coördinator. En zo komt een vol weekend ten einde. Het wordt weer tijd voor (koor)muziek, want maandag is onze volgende repetitie van Sforzato. Het gepensioneerde leven is een gepassioneerd leven.

Siblog 40: OIKE – haast in actie

Al een tijdje lang cirkelt het verschijnsel OIKE rond in mijn hoofd. Natuurlijk is OIKE een Japans bedrijf dat coatings maakt, een fruitkraam waar veel kersen worden verkocht en een voornaam die ‘ode’ betekent. Maar dat bedoel ik allemaal niet. OIKE is een afkorting voor Opzij Ik Kom Eraan. Het is een houding die ik in het Nederlandse verkeer veel tegenkom, zowel bij anderen als helaas ook bij mezelf. Ik zie het bij wandelaars, fietsers en automobilisten. Laatst nog. Ik reed in de auto naar huis. Op de stoep stond een oudere vrouw. Zoals ik vaak doe, zocht ik oogcontact om te kijken wat ze zou doen. Ze zag mijn oogcontact als een uitnodiging om over te steken, terwijl ze geen voorrang had. Mijn reactie is er dan vaak een van opstandigheid: mijn eigen OIKE wordt geactiveerd. Zo ook nu, ze nam voorrang zonder er recht op te hebben.

Verkeersbord in Antwerpen

Rotondes zijn ook fraaie voorbeelden van OIKE. Op veel rotondes heb je voorrang, en voor zekere automobilisten is het een sport om zo hard mogelijk op de rotonde af te rijden en pas op het allerlaatst te remmen. Mijn voet hangt dan ook boven mijn rem. Maar ik laat me natuurlijk niet kennen en gas ook gewoon door (OIKE roept OIKE op). Fietsers in Nederland behoren tot de brutaalste ter wereld. Ook daar zie je doordrukgedrag, opdat voetgangers, andere fietsers en automobilisten gedwongen worden te stoppen. Helaas doe ik dit zelf ook nogal eens. Ik vermoed er een denkpatroon achter, dat gevoed wordt door assertiviteit of egoïsme (of allebei). Maar het heeft ook iets te maken met Haast. We willen zo snel mogelijk ergens zijn, op de volgens Google Maps uitgerekende tijd. Vertragingen horen daar niet bij. Het uitgebreide gekanker op perrons als de trein drie minuten te laat is, is daar ook een gevolg van. Ook in een stationshal, bijvoorbeeld die van Utrecht CS, kun je OIKE gedrag zien. Daar stuiven voetgangsters van alle kanten recht op elkaar aan, een soort van Chicken Game: wie het eerst opzij gaat, is een angsthaas. In de speltheorie is het Chicken Game geen optimale strategie, omdat er maar eentje wint.

Treinstation in Elst (Gld.)

Nu zou je gemakkelijk kunnen zeggen dat we een verwend volkje zijn, dat verkeersregels maar lastig vindt. Die regels maken we zelf wel, en daar hebben we de afgelopen vijftig jaar natuurlijk mooie voorbeelden van gezien. Negeer de regels en bepaal het lekker zelf, dat is de kern van OIKE. Maar kan het ook anders? Ja, dat kan, maar dan loop je wel het risico beschouwd te worden als een verliezer, die te bescheiden en te aardig is. Je kunt alles volgens de verkeersregels doen, maar dan schiet je/het misschien niet erg op. Een experiment om OIKE achter je te laten: loop naar het station zonder in de reisapp te kijken, en wacht op de eerste trein die naar jouw bestemming gaat. In eerste instantie zul je paniek voelen. Negeer dat. Geniet van je omgeving en van het moment. Laat je gedachten de vrije loop. Bekijk ze, en beoordeel ze niet. Aan het eind komt alles goed. En als het niet goed is, was dat het einde nog niet. En laat iedereen die daar recht op heeft, voorgaan. Laat trouwens ook iedereen die geen recht op voorrang heeft, voorgaan. Je hebt de tijd. Oefen OOTZ (Ontspan, Observeer, Tijd Zat). Het lezen van deze blog heeft je tweehonderdtwee seconden gekost. De moeite?

Fietsenrekken op het terrein van het Willem Arntsz Huis, Utrecht

Siblog 39: Positieve psychologie in Well

Het is donderdag en rond tienen stap ik Daisy (zo heet onze rode Dacia) in. Ik rijd door het land van Maas en Waal naar Well in Limburg voor een workshop over positieve psychologie. Langs de snelweg zie ik een grote toekan van de Van der Valk-keten. Op de toekan een trotse aalscholver die zijn vleugels droogt: vogel op vogel. Nog even verder vliegt een buizerd gemoedelijk over de autodaken heen. In Well zal ik beweren dat er veel vogels zijn die lachen: lachvalken, lachduiven en lachmeeuwen. De workshop gaat over humor en andere kwaliteiten. Ik treed op als DrD, die als deskundige positieve psychologie natuurlijk in Blijdorp woont. Mijn publiek bestaat uit vrijwilligers van de Vereniging voor Palliatieve Terminale Zorg. In buurtcentrum De Buun zet ik hen aan het werk met humor, creativiteit, mooie momenten uit hun werk en de zes denkhoeden van De Bono om hun problemen van alle kanten te bekijken. Onderweg naar Well maak ik eerst nog wat foto’s van een fontein die wordt beschenen door zonlicht (zie boven en onder). Ik weet niet precies meer waar de fontein staat, misschien Well in Nietes (ligt dat wel in het zuiden?).

Al tijdens de lunch merk ik dat mijn publiek vriendelijke en welwillende mensen zijn die wel zin in een verzetje hebben. Na de workshop zie ik ongeveer 23 blije gezichten en mensen komen nog even een kijkje nemen op de Natafel die ik heb opgesteld. Daarop boeken, kaartjes om luieren te bevorderen en visitekaartjes met foto’s die ondernemertje Sibe zelf heeft genomen. Er is interesse in het thema en we babbelen nog wat na. En zo werp ik met een hernieuwde aanpak mijn ontdekkingen over positief leven de wereld in. Ik durf mijn creativiteit steeds meer te gebruiken en het voelt goed. Dat geeft deze burger moed voor de lange terugweg naar huis. Daar kan ik me lekker op de bank uitstrekken, en eerst sushi eten met Noah.

Siblog 38: Foto’s uit Japan in Leiden

Vandaag ga ik naar Japanmuseum Sieboldhuis in Leiden. Er is daar een tentoonstelling van foto’s die gemaakt zijn op met zilver beklede glasplaten. De foto’s zijn gemaakt in Japan tussen 1853 en 1912, toen Japan net begon te verwestersen. In mijn rugzak stop ik mijn camera, een opschrijfboekje en wat leesvoer voor de treinreis. Maar wat? Ik ben nu bezig in Alkibiades van Ilja Leonard Pfeijffer. Dat is toch wat te zwaar om mee te nemen, bijna 1000 pagina’s. Wel een fascinerende roman. Duizelingwekkende beschrijvingen en een schitterende schets van het leven van deze Atheense Veldheer (leefde in de vijfde eeuw voor Christus). Ik selecteer dan maar de bijlage van het AD en een boek over het handmatig instellen van je camera. In Leiden begin ik met een kopje koffie bij Vlot, een restaurant aan de haven (zie foto hieronder). Ze noemen het een boot, maar deze broeikas zal niet meer varen. De koffie is er goed.

Dan kuier ik op mijn gemak naar het Japanmuseum Sieboldhuis. Kuieren gaat me steeds beter af. Ik onthaast, sta af en toe stil en dat is ook een goede houding om mooie foto’s te maken. Al kuierend denk ik na over de podcast die ik met Gijs maak: Luie Friet. Deze trekt maar een beperkt publiek en in een neoliberale samenleving is dat reden om je zorgen te maken. Je moet gelezen en gehoord worden, je in de maalstroom van de markt werpen, erbij horen. Daar komt nog bij dat mijn vrienden en familie eerlijke mensen zijn en Luie Friet nogal ingewikkeld en abstract en niet altijd even interessant vinden. Natuurlijk is het fijn als mensen naar je luisteren, maar Luie Friet voldoet in een belangrijke behoefte in mij. Ik ben gaan houden van hardop nadenken, filosoferen en reflecteren over non-dualiteit (hoewel erover zwijgen soms beter lijkt, haha). En met Gijs is het heel leuk om gedachten te proeven en te testen. Net als Socrates, die tot mijn vreugde in Alkibiades bevriend is met de hoofdpersoon en regelmatig opgevoerd wordt in het boek.

Wonderlijk dat alle wegen en sporen zo heerlijk voor mij uitgelegd zijn in apps van de NS en van Google. Ik hoef maar een bestemming in te typen en de Wolk brengt mij daar, met heldere aanwijzingen. Spoor 4, derde straat rechts, en ik zit dus al gauw te luisteren naar een introfilm over de arts Philipp Siebold ((1796-1866) die op Decima in Japan verbleef toen dat de enige (Nederlandse) toegangspoort voor handelsbetrekkingen was. De getoonde landschappen en portretten uit de begintijd van de fotografie zijn treffend, scherp en veelal handmatig ingekleurd (zie boven voor een demonstratie van de techniek). Er is een geposeerde foto van een man die op het punt staat seppuku (rituele zelfmoord) te plegen, zie onder.

Ik koop naderhand de (dure) catalogus bij de tentoonstelling. Het op het punt van verwestersing staande Japan en de technische en fotografische aspecten interesseren me. De medewerkster achter de balie blijkt Japanologie te hebben gestudeerd en haalt komende week daarbij ook nog eens een diploma Museologie op. Ik uit mijn bewondering. Dan komt mijn nogal praktische slotvraag of ze kringloopwinkels in Leiden weet. Ja, ze houdt zelf ook van het afschuimen van plekken voor tweedehands. In een extreem diep pand aan de Haarlemmerstraat dat volgepakt is met kasten, vaatwerk, klokken en boeken scoor ik handschoentjes waarmee ik in de kou mijn mobiele telefoon kan bedienen. Seniorweb 20 jaar staat erop. En dan is het tijd voor een tosti bij Kopje van Leiden. Eenmaal buiten blijkt de ochtend verlopen in een bedekte grijze middag met een scheutje zon erdoor. Een late zomer is veranderd in een vroege herfst. De sprinter is mooi op tijd en de terugreis verloopt soepel. Vroeger heette zo’n trein stoptrein, maar ook hier heeft de marketing overwonnen. Een trein die alsmaar stopt is iets negatiefs. Een trein die snel optrekt tussen stations is natuurlijk een aansprekender beeld. Thuis gekomen selecteer ik de mooiste foto’s van Leiden, zie de impressie hieronder. Zwart-wit, niet met de hand ingekleurd. Ik denk aan mijn vriend Philip, die hier rechten gestudeerd heeft.

Siblog 37: Fotograferen in Blijdorp

Vandaag gaan we met de Fotosoos naar Blijdorp. Bert en ik, leden van de commissie Buitenland hebben dit uitstapje georganiseerd, omdat Theo door droeve omstandigheden verhinderd is. Ik probeer Theo erbij te betrekken door hem vooraf te vragen waar ik voor hem een foto van kan maken. Dat blijkt een nijlpaard te zijn. Dus ga ik op zoek naar nijlpaarden in de dierentuin. Die ochtend loop ik vol verwachting naar station Terwijde. Drie vrouwen die voor Happy Bodies staan groeten mij vrolijk. De dag begint goed, met een tintje mist en een strakke maar al wat zwakke zonnegloed. Frida, Bert, Dinger en ik gaan met de trein, drie anderen gaan met de auto. In de trein raken we in gesprek met een jonge vrouw uit India die veel interesse in fotografie blijkt te hebben. Frida heeft natuurlijk een kaartje van de Fotosoos bij zich en geeft dat aan haar. Wie weet wil ze wel lid worden.

Een lege kooi

In de prachtige ochtend lopen we naar de dierentuin, die nog het beste omschreven kan worden als een oude maar sjieke dame in verval. De gebouwen zijn oud en veel van de ruimten zijn leeg. Verweerd metselwerk, een wat onpraktische app maar ook veel groen met hier en daar een boomstronk tussen de hoge bomen. We zien veel speelplekken voor kinderen en tal van restaurants. Naar de dieren is het soms zoeken, dus op een gegeven moment zien we onszelf spinnen, duiven en reigers fotograferen. Zijn dat de wilde dieren? Is dat natuur? Dierentuinen worden door mijn vrouw omschreven als gevangenissen voor dieren. Spottend vraagt ze dan of we na ons uitstapje ook nog een menselijke gevangenis gaan bezoeken. Ergens heeft ze wel een punt, want als ik naar de dieren kijk vraag ik me soms af of ze wel zo gelukkig zijn. De tijger drentelt voor het glaswerk heen en weer, de neushoorns lijken hun lot waardig te dragen maar of het dwergnijlpaard hieronder wel zo gelukkig is, weet ik niet.

Het dwergnijlpaard dus. Na enig zoeken vinden Bert en ik het dier dat ik voor Theo wil fotograferen. Op deze foto kijkt ze me aan en ik weet niet wat ik ervan moet denken. Voelt ze zich opgesloten, verdrietig, of depressief? Is Blijdorp wel zo blij? In mijn foto’s experimenteer ik verder met zwart-wit en als ik eerlijk ben voegt die techniek wel wat drama aan deze foto toe. Later die dag zal mijn schoonzus levendig vertellen over haar laatste vakantie in Zuid-Afrika waar ze met mijn broer was. Daar wandelen de giraffen zomaar langs je veranda. De vraag is hoe natuurlijk dat is, met alle hekken om zo’n wildpark heen. Ik denk na over de gevangenis die onze gedachten soms voor ons zijn. Wat is een natuur die zoveel menselijk ingrijpen vergt om in stand te worden gehouden? In Nederland hebben we zoiets als natuurbeheer, met boswachters als parkwachters. Ook in Blijdorp kun je door de strategisch opgestelde hekken, wallen en greppels naar dierlijk leven kijken, net als in een reservaat of wildpark. Of in een caviakooi thuis. Kijken we naar het beest in ons? Leven deze dieren in een onveilig sociaal klimaat? Klachten indienen over misbruik of huisvesting is er niet bij. Bestaanszekerheid hebben ze dan weer wel. Of zijn dat eigenlijk al gedachten die mij vangen?

Siblog 36: Elst, vanzelfst

Het is zaterdag, 10 uur, en mijn dagreis naar Aalst en terug begint. Ik ga mensen ontmoeten die zich net als ik bezig houden met non-dualiteit. Ik ken ze via Whatsapp (behalve Gijs, met wie ik Luie Friet maak). Het wordt een echte schrijf- en fotodag. Twee vrouwen fietsen langs het bushokje waar ik wacht. Ik vang twee flarden van hun gesprek op: ‘…geroosterd’. Reactie: ‘Roosteren, inderdaad’. In lijn 5 zit nog maar een mens: de chauffeur. Vanaf nu dus twee. De omroeprobot roept enthousiast de haltes om, maar eigenlijk tegen niemand. Ik tel de instappende passagiers terwijl de wolken in laagjes voorbijzeilen, afgewisseld door een wittig zonnetje. Biowarmtecentrale Lage Weide voegt er nog wat wolkjes aan toe. Leidsche Rijn station: 11 passagiers. Zwembad Den Hommel: 21 passagiers, en daar blijft het tot CS bij. Tegenover mij zit nu een magere oude vrouw met levervlekken en een gouden horloge. Ze heeft een grote en ondoordringbare zonnebril op. Op haar jas zit een button: Ik ben slechtziend. Ze heeft noch een blindenstok, noch een hond. Zij kan de button zelf waarschijnlijk niet lezen, maar ik dus wel. Hm. Aan de andere kant mag ik kennelijk haar ogen niet zien. Te onooglijk?

Samen met een kalende man in een knaloranje lange jas, zwarte rijglaarzen en een glanzend grijs gelakte rugzak plus een groep veel minder mode-iconische reizigers wacht ik op spoor 8 op de trein naar Arnhem. In de trein beschrijf ik nu met mijn vulpen (de Android loopt snel leeg) een groep uitgelaten oudere dames, die vrolijk babbelen maar ik kan niet precies horen wat ze zeggen. Het blijft bij flarden: ‘… een weekendje naar de camping is geweest…’, en ‘…de buitenschoolse opvang…’ . Kennelijk gaat het over een (klein)kind. Het wordt gezegd door een lange vrouw met zilverwit haar, haar hand op een lange witte paraplu, bijna militair. Haar kudde knikt en bevestigt. Nu hoor ik ook oordelen: verschrikkelijk, niet normaal. Ze hebben het over anderen en die komen er niet best af. Roddels, een zeepopera. Mijn geest keert zich van hen af. Ik realiseer me dat ik nu ook oordeel.

In de stationshuiskamer Arnhem drink ik een espresso: een prettige knal voor mijn harses. Een conducteur komt binnen en wenst me vriendelijk “Goedemorgen”. Dit is zijn huiskamer, de treinen zijn huis. Mijn UU-paraplu laat ik daar per ongeluk staan. Later kan ik hem gewoon weer ophalen. Eerlijke mensen bestaan nog. Elst is een leuk dorpje met een Zeeman. Omdat ik mijn paraplu kwijt ben, ben ik gedwongen daar een zwart-wit geblokte vouwplu te kopen. Ik vind dat helemaal niet erg. In mijn vorige leven was ik een ekster. Ik voel me blij, want tot nu toe gaat dit uitstapje op zijn allervanzelfst.

In Elst maak ik de foto links, voeg er met Comica een tekstballonnetje aan toe en deel hem nog voor onze ontmoeting in onze groepsapp. We hebben in Elst afgesproken omdat we van WhatsApp naar live willen gaan. Niet het eenrichtingverkeer van getypte boodschappen. We praten over non-dualiteit maar ook over veel andere dingen. Zo af en toe lijken we met zijn vijven en later vieren in de buurt van non-dualiteit te komen. Verbinding en een gevoel van eenheid dienen zich in restaurant De Vereniging aan. Maar soms ook conflict, verschillende meningen en opvattingen, vanuit verschillende achtergronden: gelijkgestemde, maar wel kritische denkers. Net het gewone leven. We zeggen vaak tegen elkaar: het is wat het is. Aan ronde tafel 9 bespreken we wanneer dit nou betekent dat je het ook even niet meer weet, en wanneer het een diep doorvoelde wijsheid is.

Afgelopen donderdag was het thema van de Fotosoos zwart-wit fotografie. En eerlijk gezegd was ik daar nogal door gegrepen. Zwart-wit foto’s zijn vooral vorm. Geen afleiding door kleur. En daardoor spreken ze een eigen taal. Vooral de per ongeluk ontdekte techniek van High Contrast Monochrome op mijn camera zorgt voor dramatische zwart-wit beelden, bijvoorbeeld die ik vandaag maak op de stations van Elst en Utrecht (zie onder). Ik ga hier zeker verder mee experimenteren.

Siblog 35: Plandeldag in Terwijde

Vandaag ga ik samen met vier buren plandelen (plastic rapen en wandelen) vanwege de Tweede Utrechtse Plandeldag. Het is zonnig maar fris en ik neem dus een vest mee, met een extra vuilniszak en een waterfles. We verzamelen zoals gewoonlijk bij de gele speeltoestellen in het Waterwinpark. We zijn uitgerust met grijpers, vuilniszakken, handschoenen en een pakje stroopwafels en we besluiten dat het zijstratendag is vandaag. Het is mooi weer en we beginnen met frisse moed WePlog in te stellen, een app die registreert waar en hoeveel je loopt en hoeveel zakken je ophaalt. Dat kost vijf volwassenen ongeveer een kwartier, maar dan kan de pret ook beginnen: de zijstraten van de Jazzboulevard zijn aan de beurt. Ik raap veel vaperverpakkingen en sigarettenfilters.

Filters zijn met veel en ze zijn lastig op te rapen met een grijper. Ik vind bijzondere dingen (zie de collage rechts): een zandvormpje in de vorm van een locomotief en een fotostrip uit een pasfotoautomaat. En naast de vuilcontainers (waar standaard het meeste zwerfvuil ligt) vindt Sibe Doosje een enorme lege doos van Rituals. Het is een Cadoos, en er hebben vast allerlei lekker ruikende dingen in gezeten. Er staat op: Find beauty and happiness in the smallest of things. Ten eerste is deze doos dus niet klein. Hij is zo enorm dat hij niet eens in de vuilcontainer past: vandaar zijn plaatsing ernaast. Ten tweede ontsiert de doos de omgeving en heeft hij zijn beauty dus allang verloren. En ten derde moppert mijn hoofd dat grote geurketens niet zo moeten opscheppen met zogenaamd wijze spreuken.

Op hetzelfde parkeerterrein vind ik drie boodschappenkarren die mensen hebben achtergelaten, een van de Action, twee van de Albert Heijn. Ik meld me netjes af bij mijn plandelcollega’s om dit rijdende zwerfvuil terug te brengen. Daarna beëindig ik in mijn eentje de omzwervingen van een tigtal koffiebekers, plastic verpakkingen, en gedumpt papier; mijn collega’s zitten vast al aan de koffie, schat ik. Over de fotostrip filosofeer ik nog wat door. De mensen op deze foto zijn vast echte mensen, nog niet door AI gefabriceerd. Ze hebben een bedoeling gehad met de foto’s, waren misschien verliefd of goed bevriend, zagen de fotoautomaat en besloten een reeks gekke zwart-wit foto’s te maken. Alleen echte mensen kunnen dat. Ik besluit nog even bij de school te gaan plandelen en daar haal ik nog aardig wat zooi weg om een tweede vuilniszak en mijn vier kilometer vol te maken. Mijn collega’s staan nog te keuvelen bij de gele speeltoestellen. We vragen een voorbijganger een foto te maken van ons, rommelhelden, met onze wapens en oorlogsbuit. Die lukt. En dan loopt een boomlange man met zijn zoon langs. Hij wil meedoen, en zijn zoon ook. Hij windt zich ter plaatse enorm op over de bergen vuil die mensen van zich afwerpen. Ik zeg dat ik al voorbij het stadium van boosheid ben, maar dat tempert hem niet. Aan het eind van het liedje maken we hem lid van onze Terwijde plandelgroep en kan hij de volgende keer gewoon lekker meedoen. Hij krijgt vast een grijper en een vuilniszak mee en zijn zoon begint meteen. Het doel van de actie is 2000 schone straten in de stad. Is dat gehaald? Volg Tweede Utrechtse Plandeldag. Aan het eind van de dag doe ik boodschappen op de fiets. Als ik om me heen kijk, voel ik me trots op een schoon stukje Terwijde.

Siblog 34: Een volle droom, een diep gedicht en een verse podcast

Tegen een uur of zes word ik wakker en hoor Cornelia naar beneden gaan. Ik doe nog even een oogje toe en krijg in de twee uur daarop toegang tot een volle droom. Ik droom meestal niet zo veel, en dat is dus een bijzondere ervaring. De droom speelt in Londen en begint, voor zover ik weet, met mij die in een ongelooflijk smerig toilet is. Niet alleen doe ik er mijn behoefte, maar ik probeer het er ook schoon te maken. Dat lukt niet en ik zit onder, vooral mijn mooie geruite jasje. Ik moet mijn handen wassen, besef ik. Het grootste deel van de droom ben ik op zoek naar een plek waar ik dat kan doen. Ik kom in een bordeel terecht waar ik een toilet zoek en een drugstransactie zie en in een hotel waarvan ik weet dat die hele schone toiletten hebben (zonder er een te vinden). En dan gaat de droom over in een wandeltocht in Londen, waarbij we op zoek gaan naar een les in keira of keirin, kennelijk een vechtsport. Ik heb er veel zin in en iemand helpt me mijn (nog steeds vuile?) kleren in een kluisje te stoppen. Het interessante van het kluisje is dat het van stof is en een rits heeft. Wereldidee, nooit meer geklooi met sleutels of muntjes. Dan duikt een figuur op die Herschi of Hirsch heet, hij draagt een zilveren maatpak en oogt wereldwijs, op het onverschillige af. Hij zal me straks naar huis brengen. Dan meldt zich iemand anders, in een zwart pak. Hij heeft me nodig – waarvoor weet ik niet – en Herschi heeft alle tijd dus het is geen probleem. Dan word ik wakker. Bij deze droom hoort een neiging tot allerlei Freudiaanse interpretaties, bijvoorbeeld met een obsessieve gerichtheid op uitwerpselen. Vroeger was ik zeker op die neiging ingegaan, maar nu even niet. Nu geniet ik van de irrationaliteit en merkwaardigheid ervan, van de rijkdom en de sprongen.

Beneden aangekomen lees ik in De Volkskrant een artikel over een boek door Mounir Raji, een Marokkaanse fotograaf die al heel lang in Nederland woont. Het boek heet Dreamland en gaat over zijn heimwee naar Marokko. Die heimwee is ontstaan tijdens de vele zomers dat hij met zijn ouders naar dat land reisde. De journalist die over het boek schrijft, Jarl van der Ploeg, neemt aan het eind een diep gedicht op van Georgio Caproni (wat klinkt Italiaans toch als muziek). Het heet Een briefje alvorens niet weg te gaan en het gaat als volgt:

Mocht ik niet terugkomen
Weet dan dat ik nooit vertrokken ben.
Mijn gereis
Was uitsluitend hier
Blijven, waar ik nooit ben geweest.

Ik schrijf het gedicht uit voor Cornelia. Het is erg op haar van toepassing, omdat zij op veel plekken gewoond heeft vanwege het gereis van haar vader die diplomaat was in Amerikaanse dienst. Ze is er erg blij mee. Thuis is voor haar een in betekenis verschuivend begrip begrip geworden, vrienden en medeleerlingen zijn altijd tijdelijk. Dat begin ik steeds beter te begrijpen. Zij stopt al haar levenservaringen in haar toneelstukken, gedichten en boeken. Ze is momenteel Picasso aan het herschrijven, een tweetalig toneelstuk voor kinderen, dat tussen 14 en 21 oktober opnieuw wordt uitgevoerd in het GALA theater in Washington.

Nou ja, en tenslotte, er is weer een nieuwe aflevering van Luie Friet, waarin Gijs van Dinther en ik ons dit keer verdiepen in Radicale Non-Dualiteit (RND). Omdat ND nogal moeilijk uit te spreken is, stel ik voor het Nondeju te noemen. Deze aflevering van onze verse podcast is weer een vrolijke mix van intellectuele breedte en diepte geworden. Heerlijk om ze samen met Gijs op te nemen.

Siblog 33b: ‘Doosjes’-dag

Dit Siblog is een vertaling van het originele Engelstalige blog (Siblog 33a), geschreven voor Greg, Cornelia’s zoon. In juli bezoekt Greg ons in Nederland. We gaan naar Londen, De Efteling, het Martelmuseum in Amsterdam, boekhandels, visrestaurants en we bezoeken de Cody familie in Childs Ercall in Engeland (zie foto onderaan). Het is fijn om met Greg te kunnen praten. Het is een fijne vent, die met iedereen goed om kan gaan, inclusief mijn kinderen. Hij is 27 jaar oud en denkt hard na over zijn toekomstige levensweg. Momenteel werkt hij als onderwijzer op een ‘preschool’ in Virginia en hij is goed in zijn vak. Morgen vliegt hij terug naar de Verenigde Staten.

Tijdens Gregs verblijf bij ons werken we elk aan ons eigen upcycling project. We doen dat op heel verschillende manieren. Het idee is dat we allebei een doosje upcyclen en dat vervolgens aan de ander geven: een stiefzoon-stiefvader cocreatieproject. Uit mijn verzameling van upcyclebare voorwerpen kiest Greg een doosje dat als spaarpot kan worden gebruikt. Ik zal het schilderen en versieren om het mooier te maken dan het is. Het zal zijn functie houden. Ik werk er gedurende een paar weken aan. Ik breng grondverf en spuitlak aan, schuur het tussendoor en maak er handvaten aan. Op de zijden breng ik Chinese geluksmunten aan en binnenin plak ik mooi behang (dat ik ook al gebruikte voor het theetafeltje. Met enige goede wil kun je er een spaarvarken in zien, met de handvaten als kop en staart. Het eindreultaat is te zien in de collage links.

Greg maakt dus ook een doosje voor mij. In het kringloopcentrum van de ARM in Hoograven ziet hij een doosje met een stempel erin. Hij plaatste de stempel op het deksel als een handvat. In tegenstelling tot mij maakt hij het doosje in een dag. Maar wat een explosie van creativiteit! He verft het, plaatst knopen en een puntenslijper op de zijden en laat zijn fantasie de vrije loop (zie collage rechts). Een heel andere manier van werken met een prachtige uitkomst. We schrijven elkaar allebei een persoonlijke brief (Greg) en gedicht (Sibe) die we bij het cadoosje voegen. We raken elkaar ermee, zoals we eerder naar elkaar gereikt hebben en elkaar geraakt hebben. De doosjes zullen ons aan die bijzondere momenten in de afgelopen maand herinneren. En ik wens Greg toe dat harmonie en geluk onderdeel van zijn leven in de VS zullen zijn. Iedereen in Engeland en Nederland zal hem daarbij ondersteunen.

Siblog 33a: ‘Boxing’ Day

This blog is in English, because Greg (Cornelia’s son) should be able to read it. I translate it into Dutch, see Siblog 33b. This month of July, Greg visits us in The Netherlands. We go to London, England, De Efteling, the Torture Museum in Amsterdam, bookstores, fish restaurants and visit members of the Cody family in Childs Ercall (see picture below). It is nice to have the opportunity to talk to Greg. He is a nice guy, and he gets along well with everyone, including my kids. He is 27 and thinking hard about which road to take in life. Currently he works as a teacher at a preschool in Virginia and he is very good at it. Tomorrow he is flying back to the United States.

Box for Greg from Sibe

During Greg’s stay he and I work on our own upcycling project and we do it in very different ways. The idea is that we upcycle a box and give that to the other person: a stepson-and-stepdad cocreation project. From my collection of upcyclable objects, Greg chooses a box that can be used as a piggy bank. I will paint it and decorate it to make it shine. It does, however, keep its function. I work on it slowly but steadily: it takes me a couple of weeks. I use several layers of paint, sand it, and put handles and five lucky Chinese coins on it. Also, I put nicely patterned wall paper inside of it. With some good will a piggie can be discerned, with the handles as head and tail. The end result can be seen in the collage on the left hand side.

Box for Sibe from Greg

Greg also makes a box for me. At the recycling shop he sees a box with a stamp inside. He places the stamp outside as a handle. Contrary to me, he produces the box within one day. But what an explosion of creativity! He paints it, puts buttons and a pencil sharpener on the sides and lets his fantasy flow (see collage on the right). Quite a different way of working, but with a great outcome. Both of us write each other a personal letter (Greg) and a personal poem (Sibe) to accompany the gifts. We touch each other with it, as we have reached out and touched each other in the previous month. The boxes we have given each other will remind us of those precious moments And I wish that balance and good luck will be part of Greg’s life when he is back in the States. All of us in England and The Netherlands will support him in that.