Deze zaterdag ga ik met Daisy (mijn rode Dacia Logan) vroeg op pad richting Rosmalen. Ik ga daar een workshop theatersport doen, een van mijn nieuwe creatieve projecten. Ik neem Greg mee, die net uit de VS is overgekomen en bij ons verblijft. Ik zal hem eerst in Den Bosch afzetten, vandaar neemt hij de trein richting Breda.
Het is prachtig weer en Greg en ik praten over allerlei dingen, maar vooral over het leven. (Wat natuurlijk het allerleukste is, want daar hebben we allebei de meeste ervaring mee.) De definitie van mooi weer moet denk ik worden herzien, want we worden die voortdurende stralendheid toch een tikkie zat. We snakken naar regen. Vanaf Den Bosch is het ook een fijn ritje en ik ben al vroeg in Rosmalen. Onze trainer van Improfun, is er al om zich voor te bereiden. Ze heeft allemaal lekkers meegebracht en is nog even druk. Ik kuier dus om het gebouw heen. Het staat op het terrein van een instelling voor mensen met een beperking, dus deze dag zal het een paar keer voorkomen dat mensen bij ons binnenlopen met het idee dat het hier is. De trainer dirigeert ze dan zachtkens weg. Het draagt alleen maar blij (dit woord is perfect gespeld) aan de komische sfeer.

En dan druppelen zo langzamerhand de deelnemers binnen. Mensen van allerlei slag en uit alle fasen van hun leven. Jong en oud, een moeder met haar zoon. Ook mensen met en zonder speelervaring, mensen met knieproblemen en zonder. Theatersport is voor nieuwsgierige mensen die iets willen leren. Ik voer dus meteen al gauw levendige gesprekken met leuke lui. We beginnen met kennismakingsoefeningen. Ik ken dat wel uit mijn vroegere werk en die zijn soms vervelend. Deze niet. Het gaat op een speelse manier en aan het eind ken ik alle namen. Theatersport is improvisatiespel, uiteindelijk speel je in een team tegen een ander team. De opdrachten zijn daarbij cruciaal. In een van de eerste oefeningen speel ik met Jochim een sollicitatiegesprek met een wolkenknuffelaar, waarbij ik op een gegeven moment moet vertellen dat mijn hobby piraterij is. We moeten allebei vreselijk lachen. Mijn vrije kind mag spelen en dat voelt heerlijk. In een andere oefening krijgen we een voorwerp en gaan uitleggen wat het is. Een prachtig voorbeeld vond ik iemand die in een opbergbak een televisie en een laptopscherm ineen zag. Hoef je hem alleen maar om te draaien!

Tijdens de lunch raken we onderling aan de praat en komen onze levens naar voren. Fascinerend, en mijn medestudenten zijn heel vrij in wat ze delen. Dat gaat erg makkelijk bij zo’n workshop en onze trainer speelt daar een belangrijke rol in. Fouten en imperfecties worden verwelkomd, dus je hoeft lekker niet ‘af’ te zijn. Je kunt er juist lekker om lachen. Of, zoals mijn medestudent Kiona zegt: “Als het niet fout mag gaan, kan het ook niet goed gaan.” Die schrijf ik even op, goed voor een meditatie later. Na de lunch doen we de bus (iedereen komt binnen met een andere emotie, we doen een slow-motion wedstrijd (ik doe mee met geitenrijden) en een aantal andere rollenspelen, bijvoorbeeld je solliciteert voor je droombaan en de baas van het bedrijf wil dat je vijf keer bidt voor Allah, terwijl jij een overtuigd christen bent. Ik denk er zondag op mijn fietstocht in weer prachtig weer nog veel over na: het was intens, ik ben zo blij geweest en heb zoveel leuke nieuwe mensen ontmoet. Ik wil hiermee doorgaan. Maar dat moet even wachten, want eerst ga ik meespelen in de hip-hopmusical LIFT. Deze ervaring is daar een waanzinnig mooi opstapje voor.
