Mijn vriend uit Zwolle is van zijn fiets gevallen en heeft zijn heup gebroken. Ik neem de trein naar Zwolle, waar hij revalideert op een landgoed aan de rand van de stad, Vooraf spreek ik hem over de telefoon: ‘Ik moet zes weken plat, soms kan ik in een rolstoel rondgereden worden.’ Hoe kom je de tijd door, wil ik weten. Veel lezen, zegt hij. Daar is hij nu zo’n twaalf dagen mee bezig. De reis naar die plek in Zwolle duurt ruim twee uur en ik bereid die dan ook voor als een expeditie. Brood mee, De kunst van het nietsdoen en de laatste uitgave van Onze Taal mee.

Ik typ dit. En ik kijk uit het raam. Geboomte: loof en den, een pad langs de rails. Kort geleden aangelegd denk ik, oude maar dunne stammen langs de zoom. Ik denk ook na over mezelf. Van wie ben ik? Ik ben van mezelf, of tijdelijk geleased aan het universum. Dat ik van niemand ben kan ook. En waarom zou ik zo over mezelf denken, in termen van bezit? Het is niet nodig. Het bezittelijk denken is dominant: hebben, niet zijn. Ik lees veel, thuis lees ik het boekje van Roxane van Iperen, Ik zie wat ik geloof. Zij beschrijft hoe gewelddadig de kolonisatie van onze eigen identiteit door sociale media is en hoe dat ertoe leidt dat we steeds minder lezen. De hebberigheid van Big Tech, het is somberend. Het spiegelt jezelf algoritmisch en ze hebben daar een verdienmodel van gemaakt. Is deze blog ook een verdienmodel? Over vijf minuten zijn we er al. De Veluwe maakt plaats voor weideland met coulissen. Ondertußen moet ik steeds nodigerder piesen. Ik zie de IJssel. Ik plas tegen betaling op het station.
Dit is de bushalte en hier komt lijn zes over een kwartier aan. Een gezin met een dochtertje van zo’n zes jaar wordt door een RRReismedewerkster gewezen op lijn 13. ‘Vertrekt over een minuut ‘, zegt ze. De chauffeur in de verte ziet dat anders. Het gezin is nog niet halverwege of de bus vertrekt al. De medewerkster verandert in een held. Ze werpt zich voor de bus en wordt er net niet door geraakt (pesterij van de chauffeur). ‘Gevaarlijk beroep hebt u’, zeg ik. Ja, zegt ze, de chauffeur vond het niet leuk. Maar ja, te vroeg vertrokken. Het gezin haalt lijn 13 dus. Eenmaal in de bus kunnen ze hun chipkaart niet vinden (de medewerkster maakt dit niet meer mee, maar ik zie een zoete wraak). Nog meer vertraging voor de chauffeur die nu helemaal niet meer op tijd achter de aardappels zit. Eenmaal in lijn zes weet ik niet wat ik moet vinden van buschauffeurs die hun eigen muziek hoorbaar opzetten. Mag dat? Heb ik er last van? In mijn bus staat Yesterday van de Beatles zachtjes op. Een golfje nostalgie doortrekt me.
Het landhuis is typerend voor dit soort instellingen. Rust, reinheid en regelmaat achter een sjieke gevel. Binnen schuifelen vooral oudere patiënten zachtkens voorbij. In de lange gang kan ik kamer 10 niet meteen vinden (rechts gaat 8 over in 11) en de verpleging die in de gang kletsend pauze zit te houden, merkt mij niet op ondanks dat ik verschillende malen zoekend langsloop. Service alleen tijdens werktijd. Ik vraag het en klop links aan. Mijn goede vrind zit al in zijn rolstoel klaar om een wandeling te maken. Maar eerst geef ik hem een cadeau voor zijn zeventigste verjaardag, Soldaat-hovenier, een magistraal stripverhaal dat speelt in de Eerste Wereldoorlog. in zijn rolstoel. Daar is hij blij mee, want ‘saai is het hier wel’. Buiten gekomen bloeit de vogelaar in hem meteen op. In het paradijselijke park aangelegd in Engelse landschapsstijl zien we een ijsvogel en horen merel, zanglijster, roodborst en pimpelmees. Hij suggereert dat ik de Merlin vogelapp ook op mijn mobiel installeer. De rolstoel is zwaar en het bospad hier en daar nat. Maar de inspanning is goed voor mijn lijf., en we praten lekker bij. We bezegelen onze ontmoeting met een bakkie troost en een dikke plak cake. Jur is dankbaar en ik heb er een Zwolsch avontuur bij. En dan ga ik weer. De eerstvolgende bus rijdt in de verte voorbij: gemist. Ik geniet van de groene lentekou en schaaf nog even aan dit blog. Wachten bestaat niet. Terug in de bus is het repertoire romantisch Nederlandstalig, met voorspelbare rijmelarij. Niet mijn smaak.


En dan ga ik weer. De eerstvolgende bus rijdt in de verte voorbij: gemist. Ik geniet van de groene lentekou en schaaf nog even aan dit blog. Wachten bestaat niet. Terug in de bus is het repertoire romantisch Nederlandstalig, met voorspelbare rijmelarij. Niet mijn smaak. Terug in de trein lees ik in Onze taal over positieve affirmaties: zinnetjes die je helpen negatieve oordelen positief te beïnvloeden. Die bevestigingen lijken dus wel te werken, maar ze vragen ook een flink doorzettingsvermogen. Blijf deze mantra dus herhalen, vriend: “mijn heup wordt beter”. Religieritueel zonder dominee.

